Toespraak Gideon van Bergen op de Kristallnachtherdenking 2016

IMG_0076.03

Geachte aanwezigen,

 

Vanavond zijn wij allen bijeengekomen om de Kristallnacht te herdenken. De Kristallnacht was de eerste grote pogrom van de 20e eeuw in West-Europa, waarbij eens te meer duidelijk werd dat er ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, het joodse volk en de joden werden veracht.

Bij velen van ons zal de Kristallnacht, net als andere herinneringen aan de Holocaust,  gevoelens van droefheid oproepen. Maar naast deze gevoelens en de verschrikkingen die plaats hebben gevonden, vind ik het nog altijd moeilijk te beseffen dat er zo een grote mate van gevoelens van minachting  jegens een bepaalde groep mensen was. En dat daar bovendien naar gehandeld werd. Het zien van bepaalde groepen mensen als minder dan jezelf, of, als minder dan de groep waar je zelf bij hoort is een idee wat ik maar moeilijk kan bevatten.

Mijn kijk op de wereld en veel van mijn idealen heb ik meegekregen als een van de vele kinderen die meeging met Haboniem-Dror beHolland. Deze seculier joodse socialistisch-zionistische jeugdbeweging heeft als een van haar idealen Sjivjon Erech Ha’Adam. Wat vrij vertaald; De intrinsieke waarde van de mens of de gelijkwaardigheid van de mens betekent.

In lijn met dit ideaal geloof ik dan ook, dat ieder mens, ongeacht geslacht, afkomst of religie een intrinsieke waarde heeft. Ieder mens heeft het recht om te leven en het recht op zelfontplooiing. Daarbij geloof ik dat ieder mens het vermogen heeft om iets toe te voegen of te veranderen aan zijn of haar omgeving.

Helaas moet ik constateren dat er vandaag de dag een steeds groter wordende kloof bestaat binnen de Nederlandse maatschappij. Dit gat tussen verschillende delen van onze samenleving heeft zich al meerdere keren geuit. Zo zijn er in het afgelopen jaar varkenskoppen neergelegd bij een Asielzoekerscentrum in Enschede. Zijn er hakenkruizen in een lift in een bejaardenhuis in Amstelveen getekend, en zien we steeds meer gevallen van ethnisch profileren de kop op steken.

Ik geloof dat wij samen hier wat tegen moet doen. Ik spreek hier als joodse jongere uit Nederland en ik geloof dat wij, met z’n allen, ongeacht geloof of afkomst, het vermogen hebben om de kloof te dichten. Wij hebben de sleutel tot een betere wereld, en ik geloof dat als wij, met elkaar actief bezig gaan met het veranderen van de wereld om ons heen, dit ons kan lukken.

Wellicht vraagt u zich nu af, hoe? Als voorzitter van Haboniem-Dror geloof ik heilig dat onderwijs de sleutel is tot een betere wereld. En met onderwijs bedoel ik veel meer dan loutere informatieoverdracht. Het verbeteren van onze omgeving kan alleen als iedereen niet alleen informatie tot zich neemt, maar dat deze informatie ook nog juist en relevant is. Verder moeten wij onszelf kritisch leren denken, elkaar ontmoeten op een open en vreedzame wijze en bovenal onze stem laten horen. Alleen als wij, zoals ik hier vandaag, een oproep doen tot een betere wereld zullen we er ook uiteindelijk kunnen komen.

De weg lijkt misschien lang, en dat zal het ook zijn. Maar als iedereen zijn eigen kleine steentje bijdraagt zullen we er komen. Verandering begint bij onszelf, en verandering begint in het klein. Mijn grootste angst is als mijn woorden louter woorden blijven, en die niet zouden resoneren en over zouden gaan tot daden. Ik kan mezelf iedere dag in de spiegel aankijken, wetende dat ik mijn steentje bijdraag, op weg naar een betere wereld.

Wij kunnen met elkaar een wereld, een maatschappij en een omgeving creeren waarin haat geen rol meer speelt. Een wereld waarbij we dichter tot elkaar komen, een wereld waarin eenheid, liefde en hoop de boventoon zullen voeren. Dat is een wereld waarvoor ik mij iedere dag inzet, en ik hoop, velen met mij. Die wereld lijkt nu misschien ver weg, maar ik hoop, dat de jongerenspreker van volgend jaar kan constateren dat wij met elkaar de goeie weg in zijn geslagen. Een weg richting een wereld vol met affectie, toewijding en begrip.