CJO behartigt de belangen van de Joodse gemeenschap bij overheid en samenleving

CJO spreekt burgemeester Amsterdam en 4-5 meicomités

27
aug
2003

Het Centraal Joods Overleg heeft met de Amsterdamse burgemeester Cohen en vertegenwoordigers van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het Amsterdam 4 en 5 mei-comité besprekingen gevoerd, met als directe aanleiding de verstoringen van de herdenkingen op 4 mei en de viering op 5 mei in Amsterdam.


Door CJO-voorzitter David Cohen Paraira werd aan de burgemeester het toenemend gevoel van bezorgdheid overgebracht omtrent de veiligheid van Joden in Amsterdam, naar aanleiding van deze en andere incidenten, en naar aanleiding van onderliggende haatgevoelens jegens Joden en uitingen van ontkenning van het bestaansrecht van Israel. De burgemeester noemde het 'buitengewoon treurig' dat het klimaat ten opzichte van Israel en ten opzichte van Joden in negatieve zin verandert.

Vertrouwen in de burgemeester

CJO-secretaris Ruben Vis wees er op dat Joodse kinderen hun scholen verruilen voor een Joodse school in verband met antisemitisme, dat docenten angstig zijn om voor hun Joods-zijn uit te komen en dat docenten angstig zijn hoe de Holocaust ter sprake te brengen, terwijl andere docenten daar toch goed is slagen. Dit punt wordt door de Anne Frankstichting en het Verzetsmuseum opgepakt. Ook kwam aan de orde het vertrouwen in de burgemeester in zijn rol 'burgervader' te zijn voor het Joodse deel van de Amsterdamse bevolking. CJO-bestuurslid Harry van den Bergh bracht aan de orde de rol die de politie kan spelen wanneer - en daar komt het vaak niet van - er aangifte vanwege antisemitisme wordt gedaan. De burgemeester verklaarde recent opnieuw het signaleren en registreren van een mogelijk antisemitische aard van een strafbaar feit bij de politie onder de aandacht te hebben gebracht. Ook toonde de burgemeester zich geïnteresseerd in het naar voren gebrachte punt, blijkend uit het antisemitismerapport 2002 van het CIDI, als zou de vanuit Amsterdam werkende landelijke Officier van Justitie voor Racismebestrijding, te weinig over gaan tot strafvervolging.

Niet eenvoudig

Besloten werd voor een vervolggesprek samen te komen met een bredere delegatie van Joodse zijde om met de burgemeester en diens medewerkers verder te denken aan oplossingen. Waarbij de burgemeester aangaf daar zich al langer het hoofd over te buigen door te zeggen: 'ik vind oplossingen te vinden niet eenvoudig'. In ieder geval was hij met het CJO van oordeel "dat het 4-5 mei herdenken en vieren weer terug moet naar de kern, n.l. de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging, met name wat betreft wat hetgeen zich hier in Amsterdam heeft afgespeeld".

Adoptie oorlogsmonumenten

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei toonde bij monde van directeur Nooter weliswaar begrip maar zegde niet direct toe concrete maatregelen te nemen. Hetgeen wordt verklaard doordat het comité landelijk, desgevraagd en daarom in een adviserende en wat meer abstracte rol opereert. Het comité beoogt het besef van het gebeurden in '40-'45 hoge aandacht te laten behouden door beïnvloedingscampagnes. Het CJO bracht naar voren dat een succesvol middel om de jeugd te betrekken bij de herinnering, het adopteren van een monument, op veel plaatsen, waaronder in Amsterdam, sterk in onbruik is geraakt. Het Nationaal Comité kwam tot het zelfde oordeel en heeft de organisatie hier van over genomen en zal het adoptieprogramma nieuw leven inblazen. In Amsterdam heeft nog maar minder dan twintig procent van de scholen een oorlogsmonument geadopteerd. Het Amsterdams 4 en 5 Meicomité gaat met de musea in de hoofdstad stimuleren dat meer Amsterdamse schoolklassen naar een van de vier relevante musea gaat: het Anne Frankhuis, het Joods Historisch Museum, het Verzetsmuseum en de Hollandsche Schouwburg.

CJO spreekt met burgemeester Amsterdam en 4-5 meicomités

[ augustus 2003 ]


Het Centraal Joods Overleg heeft met de Amsterdamse burgemeester Cohen en

vertegenwoordigers van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het Amsterdam 4 en 5 mei-comité besprekingen gevoerd, met als directe aanleiding de

verstoringen van de herdenkingen op 4 mei en de viering op 5 mei in

Amsterdam.


Door CJO-voorzitter David Cohen Paraira werd aan de burgemeester het

toenemend gevoel van bezorgdheid overgebracht omtrent de veiligheid van

Joden in Amsterdam, naar aanleiding van deze en andere incidenten, en naar

aanleiding van onderliggende haatgevoelens jegens Joden en uitingen van

ontkenning van het bestaansrecht van Israel. De burgemeester noemde het

'buitengewoon treurig' dat het klimaat ten opzichte van Israel en ten

opzichte van Joden in negatieve zin verandert.


Vertrouwen in de burgemeester

CJO-secretaris Ruben Vis wees er op dat Joodse kinderen hun scholen

verruilen voor een Joodse school in verband met antisemitisme, dat docenten

angstig zijn om voor hun Joods-zijn uit te komen en dat docenten angstig

zijn hoe de Holocaust ter sprake te brengen, terwijl andere docenten daar

toch goed is slagen. Dit punt wordt door de Anne Frankstichting en het

Verzetsmuseum opgepakt. Ook kwam aan de orde het vertrouwen in de

burgemeester in zijn rol 'burgervader' te zijn voor het Joodse deel van de

Amsterdamse bevolking. CJO-bestuurslid Harry van den Bergh bracht aan de

orde de rol die de politie kan spelen wanneer - en daar komt het vaak niet

van - er aangifte vanwege antisemitisme wordt gedaan. De burgemeester

verklaarde recent opnieuw het signaleren en registreren van een mogelijk

antisemitische aard van een strafbaar feit bij de politie onder de aandacht

te hebben gebracht. Ook toonde de burgemeester zich geïnteresseerd in het

naar voren gebrachte punt, blijkend uit het antisemitismerapport 2002 van

het CIDI, als zou de vanuit Amsterdam werkende landelijke Officier van

Justitie voor Racismebestrijding, te weinig over gaan tot strafvervolging.


Niet eenvoudig

Besloten werd voor een vervolggesprek samen te komen met een bredere

delegatie van Joodse zijde om met de burgemeester en diens medewerkers

verder te denken aan oplossingen. Waarbij de burgemeester aangaf daar zich

al langer het hoofd over te buigen door te zeggen: 'ik vind oplossingen te

vinden niet eenvoudig'. In ieder geval was hij met het CJO van oordeel "dat

het 4-5 mei herdenken en vieren weer terug moet naar de kern, n.l. de Tweede

Wereldoorlog en de Jodenvervolging, met name wat betreft wat hetgeen zich

hier in Amsterdam heeft afgespeeld".


Adoptie oorlogsmonumenten

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei toonde bij monde van directeur Nooter

weliswaar begrip maar zegde niet direct toe concrete maatregelen te nemen.

Hetgeen wordt verklaard doordat het comité landelijk, desgevraagd en daarom

in een adviserende en wat meer abstracte rol opereert. Het comité beoogt

het besef van het gebeurden in '40-'45 hoge aandacht te laten behouden door

beïnvloedingscampagnes. Het CJO bracht naar voren dat een succesvol middel

om de jeugd te betrekken bij de herinnering, het adopteren van een monument,

op veel plaatsen, waaronder in Amsterdam, sterk in onbruik is geraakt. Het

Nationaal Comité kwam tot het zelfde oordeel en heeft de organisatie hier

van over genomen en zal het adoptieprogramma nieuw leven inblazen. In

Amsterdam heeft nog maar minder dan twintig procent van de scholen een

oorlogsmonument geadopteerd.

Het Amsterdams 4 en 5 Meicomité gaat met de musea in de hoofdstad stimuleren

dat meer Amsterdamse schoolklassen naar een van de vier relevante musea

gaat: het Anne Frankhuis, het Joods Historisch Museum, het Verzetsmuseum en

de Hollandsche Schouwburg.