CJO behartigt de belangen van de Joodse gemeenschap bij overheid en samenleving

Verboden: binding met Israel. CJO reageert op opinieartikel

26
mei
2005

Het Centraal Joods Overleg reageert bij monde van haar voorzitter David Cohen Paraira en secretaris Ruben Vis op een opinieartikel van Jaap Hamburger, bestuurslid van Een Ander Joods Geluid (Volkskrant, 14 mei '05). Hamburger vindt de aandacht voor Joden en de innige band die Joden met Israel hebben, niet alleen overdreven maar zelfs zeer verwerpelijk. De CJO-bestuursleden betogen het tegendeel.

Te veel en volstrekt onterechte aandacht voor Joden. Dat lijkt zo’n beetje de gram te zijn die Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid heeft jegens de eigen bevolkingsgroep. Nou ja, hoe eigen voelt Hamburger zich nog ten opzichte van die groep. Alleen wanneer het lidmaatschap ervan tot voordeel strekt, profiteert ook zijn Ander Joods Geluid er gretig van. De Joodse bevolkingsgroep krijgt tot zijn ongenoegen te veel aandacht uit de politiek, van de media en uit de maatschappij. Zijn gramschap daarover berust op zijn visie dat die aandacht ten onrechte verband houdt met de Holocaust, de vernietiging van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, en met sympathie van Joodse zijde voor de staat Israel.

Aan vernietiging overgeleverd

Een vreemde opvatting die Hamburger er op na houdt. Nooit eerder en sindsdien ook niet meer werd een bevolkingsgroep in Nederland in zo’n overweldigende mate onder de ogen van hun buren, mede door hun Nederlandse landgenoten aan de vernietiging overgeleverd. Daar mag wat Hamburger betreft niet meer aan worden gerefereerd. Premier Balkenende deed dat ondanks wel, bij de presentatie van de Encyclopedie van de Rechtvaardigen onder de Volkeren, waarin alle ontvangers van een Israelische onderscheiding voor hulp aan Joden tijdens de oorlog genoemd staan. Daarbij sprak premier Balkenende zijn grote respect uit voor de redders vanwege datgene wat zij hebben gedaan ten bate van wat hij kernachtig typeerde ‘de ontrechte, ontslagen en ontredderde joden'.

Sluier over familie

De 23-jarige Daphne, toch niet bepaald van de oorlogs- of directe naoorlogse generatie, en een stuk jonger dan Hamburger, is het niet met de EAJG-voorman eens. Getuige het vraaggesprek vorige maand in het blad Yes, waar zij zegt dat voor haar 4 mei zo veel meer betekenis heeft dan 5 mei. Nog maar 23 jaar oud, zegt ook zij te leven met de sluier die over haar Joodse familie ligt vanwege de donkere jaren tussen ’40 en ’45. Overigens kijkt zij, en met haar vele Joodse jongeren, ook vooruit en het zijn jongeren als Daphne uit de Yes, die op tal van terreinen mede de toekomst van Joods Nederland vorm en inhoud geven.

Gretig

Maar van Hamburger’s Ander Joods Geluid mag het allemaal een toontje lager. Op één punt onttrekt Hamburger zich niet van de gemeenschap: als het om geld gaat. Want wat Hamburger verzwijgt, is dat ook zijn Andere Joodse Geluid gretig wenst deel te nemen in de verdeling van uit Joods bezit geroofde en eind 20e eeuw pas aan de collectieve Joodse gemeenschap gerestitueerde oorlogsgelden. Gek genoeg weet Een Ander Joods Geluid dan wel aansluiting te houden en zich op te werpen om van de budgetten gebruik te maken. En Een Ander Joods Geluid krijgt ook uitgedeeld. Wat flink tegen het zere been is van veel ouderen die de oorlog aan den lijve inderdaad hebben meegemaakt en van na de oorlog geboren Joden die zich met hun ouders of grootouders verbonden voelen en de opvattingen van Hamburger verfoeien. En van de overlevenden die in Israel een baken zagen dat zij tussen ’40 en ’45 moesten missen.

Weerzinwekkende geestesuiting

Wanneer Hamburger zegt dat eigenlijk alleen ten aanzien van de binding met Israel er sprake is van eensgezindheid binnen Joods Nederland, is ook dat in zijn ogen not done, sterker: verboden. Want Israel deugt niet.

Hamburger duidt de politiek-militaire leiding van Israel aan met “de daders van nu”, in kennelijke tegenstelling tot de ‘daders van toen’ waarbij ‘toen’ in zijn betoog duidt op de daders van de Holocaust. Een periode die Hamburger aanduidt met: de tragische voorgeschiedenis van zijn [= Israel] ontstaan. Het is te hopen dat wie waarlijk oog in oog heeft gestaan met de daders van toen, gewoonweg geen kennis heeft hoeven nemen van de weerzinwekkende geestesuiting van Jaap Hamburger.

Maar laten we desondanks, voor de sake of argument, eens aannemen dat Hamburger gelijk heeft. Dan nog is het goed te beseffen dat de vijand van het Joodse volk geen onderscheid maakt in zijn uitroeiingsplannen: ook de grootste criticus temidden van de Joden werd niet gespaard. Nu kan ook de grootste criticaster temidden van de Joodse bevolkingsgroep op de vlucht slaan en zijn biezen pakken. Want ook Jaap Hamburger is welkom in het steeds door hem zo verguisde Israel. Gelukkig is er nu zeker één staat temidden van de gemeenschap van soevereine staten die het antisemitisme onverdroten bestrijdt.

Laten we hopen dat het nooit zo ver zal komen. Maar mocht dat ooit wel het geval zijn dan doet ook Jaap Hamburger er verstandig aan zijn misplaatste moralisme in te ruilen voor die laatste strohalm die er nu wel is, maar tussen ’40 en ’45 zo ijselijk werd gemist. De daders van nu staan klaar. Om het Joodse volk te laten leven wel te verstaan.

David Cohen Paraira en Ruben Vis, voorzitter en secretaris van het Centraal Joods Overleg