Ruim 6,5 miljoen uitgekeerd aan ‘oorlogspolissen’
De Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa is voortgekomen uit de overeenkomst die het Verbond en het Centraal Joods Overleg in november 1999 sloten. De overeenkomst had tot doel de door de bezetter beroofde levens- en uitvaartverzekeringen van Joodse verzekerden alsnog af te wikkelen. Het Verbond stelde destijds twintig miljoen gulden beschikbaar om niet-uitgekeerde levensverzekeringspolissen aan rechthebbenden uit te keren. De stichting werd belast met het onderzoek naar en het uitkeren van deze niet-uitgekeerde polissen.
Loket tot 2015 open
Sinds 1999 zijn in totaal bijna 18.000 aanvragen ingediend. Eind 2010 waren er ruim 17.200 afgewikkeld (96 procent van het totaal). Op grond van 1.477 polissen is in totaal nu ruim 6,5 miljoen euro uitgekeerd aan 9.278 rechthebbenden. Driekwart daarvan ging naar Joodse slachtoffers/nabestaanden in Nederland. Israël (9 procent) en Amerika (7 procent) staan op de tweede en derde plek.
De Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa zou aanvankelijk tot 1 januari 2010 aanvragen in behandeling nemen, maar het Verbond en het Centraal Joods Overleg besloten eind 2009 het loket nog tot 1 januari 2015 open te houden. De twee organisaties gaven daarmee gehoor aan de oproep aan verzekeraars wereldwijd tijdens de Holocaust conferentie in Praag (juni 2009) om door te gaan met het behandelen van individuele claims.
Bovendien bleek dat er behoefte is aan het beantwoorden van vragen en het honoreren van claims rond oorlogspolissen.
725 aanvragen
Uit het jaarverslag blijkt dat die behoefte er nog steeds is: in 2010 werden 725 aanvragen ingediend (tegenover 1.084 in 2009) en werden er 1.493 afgehandeld (2009: 1.895). De stichting verzond op grond van de aanvragen lijsten met in totaal 510 namen naar verzekeraars voor nader onderzoek. De gemiddelde uitkering was met 366 euro aanzienlijk lager dan voorgaande jaren (2009: 625 euro). Een verklaring daarvoor is dat er in 2010 relatief veel vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden naar verder verwijderde erfgenamen, die daardoor kleinere delen van nalatenschappen ontvingen. Het gros van de uitkeringen bleef onder de duizend euro. De hoogste uitkering was 14.440 euro.



