Waar antizionisme overgaat in antisemitisme

onderstaand artikel heeft het CJO op 25 april ingestuurd om op de website Joop.nl te plaatsen 

 

Dus je wilt iets zeggen over Israël? Dan is de kans groot dat, ongeacht wat je te zeggen hebt, je dit niet in dank wordt afgenomen. Waar voor de één bedenkingen bij het beleid van Netanyahu voldoende  zijn om van antisemitisme te spreken, meent een ander dat er niets mis is om tijdens een demonstratie tal van klassieke antisemitische vooroordelen van stal te halen, te projecteren op Israël om vervolgens te eindigen met “fuck de Talmoed’.[1]

Dat de waarheid ergens in het midden ligt moge duidelijk zijn. Toch rest de vraag waar je redelijkerwijs kunt stellen dat antizionisme overgaat in antisemitisme. De standaard  die wij hiervoor willen aandragen is  de zogenaamde 3 D-norm; demonisation, double standards en delegitimazation zoals beschreven door Natan Sharansky.[2]

Van de eerste D, demonisering, is sprake wanneer het beleid van Israël buiten alle proporties hard beoordeeld wordt. Zo is het onder criticasters van Israël niet ongebruikelijk om het beleid te vergelijken met de wandaden van de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor eenieder met een greintje historische kennis is het klip en klaar dat elke vergelijking tussen het optreden van Israël en de systematische, van overheidswege georganiseerde moord op  zes miljoen mensen, volledig mank gaat en een klap in het gezicht is van ieder weldenkend mens. De Europese Unie gaat hier in mee. Hun werkdefinitie, die door 31 landen gehanteerd wordt, stelt (onder andere) dat er sprake van antisemitisme wanneer het hedendaags beleid in Israël wordt vergeleken met dat van de nazi’s. [3] Lees Verder →

Brief aan burgemeester Aboutaleb na aanleiding van “Hamasconferentie’

Aan Burgemeester Ir. A. Aboutaleb

Voorzitter van het College van B&W te Rotterdam

Rotterdam, 31 januari 2017.

 

Geachte Burgemeester,

Donderdag aanstaande zal in de Gemeenteraad een debat plaatsvinden over de “Palestinian in Europe Conference” die in onze Doelen op 15 april 2017 zal worden gehouden.

Ondergetekende maakt zich mede namens lokale en nationale joodse kerkgenootschappen ernstig zorgen over toenemend antisemitisme in ons land en dus ook in Rotterdam. Blanke autochtone Nederlanders laten zich steeds meer openlijk antisemitisch uit. Onlangs vernam ik onder meer uit de eerste hand dat een joodse docent bij een Rotterdamse onderwijs-instelling ernstig wordt gediscrimineerd door witte Nederlandse collega’s en dat deze persoon dit niet aanhangig durft te maken uit angst voor ontslag. De indruk is ontstaan dat het uiten van openlijke haat naar Moslims een vrijbrief is om zich ook antisemitisch te uiten. Antisemitisme, zo weet men, is niet weggeweest maar openlijk bedrijven hiervan is een opkomend fenomeen. Zowel moslimhaat als jodenhaat bedreigen onze maatschappij.

Reactie CJO op de antisemitische spreekkoren bij FC Utrecht

Het Centraal Joods Overleg (CJO) heeft met  weerzin kennis genomen van de antisemitische uitingen door een deel van de (vermeende) supporters van FC Utrecht.

In een tijd waarin de campagne ‘Voetbal is van iedereen, zet een streep door discriminatie’ gelanceerd werd, het aantal antisemitische incidenten in Nederland toeneemt en antisemitische spreekkoren uitwaaieren naar andere segmenten van de samenleving, betreuren wij dat de scheidsrechter niet adequaat heeft ingegrepen. Niettemin hebben wij er vertrouwen in dat de KNVB en de openbare aanklager zowel nu als in de toekomst er alles aan doen om hun vorig jaar aangekondigde beleid van snel en kordaat optreden bij discriminerende spreekkoren gevolg te geven.

Het CJO waardeert de wijze waarop de clubleiding van FC Utrecht afstand heeft genomen van deze uitingen maar is verbaasd over de verontwaardigde reactie van de supporters van FC Utrecht.  In plaats van de spreekkoren te veroordelen en excuses aan te bieden, wordt naar anderen gewezen. Net zomin als een inbreker zich ter  verdediging kan beroepen op andere niet bestrafte inbraken, ontslaan kwetsende spreekkoren door andere supporters de fans van FC Utrecht niet van de eigen verantwoordelijkheid. Zeker gezien de geschiedenis met antisemitische incidenten had het de supporters gesierd als ze de hand in eigen boezem hadden gestoken.

Het CJO is dan ook verbaasd  over de wijze waarop de NOS afstand heeft genomen van haar berichtgeving. De genoemde context van Ajacieden die zich als Joods profileren mag nooit als vrijbrief gezien worden om je antisemitisch te uiten. Wat ons betreft is er dan ook slechts sprake van selectieve verontwaardiging bij de wijze waarop een deel van de supporters slechts naar anderen wijzen.

Het CJO zal zich blijven inzetten om een einde te maken aan antisemitische, discriminerende en andere ongewenste uitingen tijdens voetbalwedstrijden.

Toespraak van minister president Mark Rutte bij de herdenking van Kristallnacht, Portugese synagoge Amsterdam, 9 november 2016

IMG_0138.01

‘10 november 1938.
Gisteren stonden de synagogen in brand.
Ze stonden in brand in Duitsland.
Ze stonden in brand in Oostenrijk.
Ze stonden in brand in Tsjecho-Slowakije. (…)
Overal op straat lagen verscheurde gebedenboeken, Torarollen en gebedssjaals. (…)
Nooit meer zal het orgel onze liederen op Shabbat begeleiden.
Er zal geen Shabbat meer zijn, geen heilige dagen, geen liederen.
Alleen thuis – als er nog een thuis is – zal moeder op vrijdagavond de kaarsen ontsteken en vader zal het dankgebed uitspreken voor brood en wijn.’

Dames en heren,

Op 23 september van dit jaar overleed in München op hoge leeftijd Max Mannheimer, holocaustoverlevende en decennialang een boegbeeld van de strijd tegen het antisemitisme.
De regels die ik net citeerde, komen uit zijn Spätes Tagebuch.
Er spreekt een schurend gevoel van verlatenheid uit, dat 78 jaar later nog altijd pijn doet.
Alleen al die woorden: ‘Er zal geen Shabbat meer zijn.’
Met de synagoge, stond ook  de toekomst in brand.
Met het brekende glas van Kristallnacht, brak ook een wereldbeeld.

De nacht van  9 op 10 november 1938 markeert een omslagpunt in de geschiedenis van de Jodenvervolging.
Het laatste flinterdunne restje terughoudendheid dat er nog was, werd definitief afgeworpen.
Openlijk geweld tegen Joden was vanaf dat moment toegestaan –  werd zelfs toegejuicht.
Rechteloosheid werd de nieuwe norm.
De ‘moord met voorbedachte rade’, zoals Presser de holocaust noemde, kon beginnen.

Kristallnacht was een omslagpunt, maar geen beginpunt.
Het sluipende antisemitische gif kreeg al eerder zijn funeste uitwerking.
In beroepsverboden, in de rassenwetten van Neurenberg, in maatschappelijke uitsluiting.
Stap voor stap werd een hele bevolkingsgroep ontmenselijkt, naar de rand van de samenleving gedwongen en uiteindelijk massaal vervolgd en in koelen bloede vermoord.

Het blijft nauwelijks te bevatten: hoe kon zo’n groot, zo’n onzegbaar kwaad ontstaan in een cultuur die ook Beethoven en Heinrich Böll voortbracht?
Verklaren kunnen we het misschien, want in de Europese geschiedenis lag antisemitisme altijd vlak onder de oppervlakte.
Maar begrijpen kunnen we het nooit.

Het absurde is ook niet te begrijpen.
Hoe beschaving en humaniteit in een mum van tijd konden verdwijnen.
Hoe ogenschijnlijk gewone mensen konden veranderen in beulen en moordenaars.
En hoe onmenselijk wreed het lot was dat de Joodse bevolking in Europa trof.
Daar houdt het verstand op en resteren alleen stilte en verbijstering.

En wij weten achteraf: de Kristallnacht is ook buiten Duitsland een nacht van schaamte.
Want hoewel de internationale verontwaardiging groot was, bleef de praktische hulp en steun beperkt.
Ook vanuit ons land was die mondjesmaat.
De realiteit is: veel Duitse Joden zochten na november 1938 een uitweg, slechts weinigen werd die geboden.
En wij, die de afloop van de geschiedenis kennen, wij buigen ons hoofd.

Op 10 november 1938, was Max Mannheimer 18 jaar oud.
Hij zette zijn lange en veelbewogen leven in het teken van de herinnering aan de gruwelijkheden, die aan bijna al zijn familieleden het leven kostten.
Zijn broer en hijzelf overleefden de kampen ternauwernood.
Die herinnering levend houden, om nieuwe gruwelijkheden te voorkomen – dat beschouwde hij als zijn opdracht.
En het is ook onze opdracht.

Door te herdenken, bewijzen wij eer aan de slachtoffers van toen.
Maar we spreken ook uit dat we waakzaam zijn in het hier en nu.
Tegen het antisemitisme, dat nog altijd vlak onder de oppervlakte ligt.
Tegen discriminatie en uitsluiting van bevolkingsgroepen.
Tegen onverdraagzaamheid.

Dat is een voortdurende strijd, die we moeten blijven voeren.
Want, helaas, ze zijn er: de spreekkoren in het voetbalstadion, de synagoges die worden beklad met anti-Joodse leuzen, de dreigementen tegen Joodse organisaties en mensen met een keppeltje op hun hoofd.
Kristallnacht waarschuwt ons: we mogen het nooit gewoon gaan vinden.
Want in het kleine en gewone, in de gewenning aan steeds een stap verder, daarin schuilt het grootste kwaad.
En dus blijven wij ons verweren.
We blijven ons hardop uitspreken.
En we blijven het verleden herdenken – om de toekomst te bewaken.

Dames en heren,

Deze markante synagoge, die door de eeuwen heen elke storm doorstond – zelfs de allerergste – bewijst dat het goede, het ware, het echte uiteindelijk krachtiger is dan het kwaad.
En die hoopvolle boodschap klinkt ook door in de nagelaten aantekeningen van Max Mannheimer.
Ik citeer hem nog één keer, 10 november 1938.

‘Ze smeten de gebedenboeken, de Torarollen en de sjaals uit de synagoge op straat.
En morgen kunnen ze die ook uit onze huizen gooien.
En toch, voor mijn moeder zou dat niets veranderen.
Zij kan de teksten uit haar hoofd opzeggen.’

Dames en heren, wat in het hart van mensen zit, is sterker dan blinde haat.
Dank u wel.

Toespraak Ron van der Wieken tijdens de Kristallnachtherdenking

IMG_0185.01

Geachte aanwezigen,

Vanavond herdenken wij de Kristallnacht. Op 9 november 1938, precies 78 jaar geleden vond iets gruwelijks plaats, een pogrom in heel Duitsland met veel doden en gewonden en enorme schade. Die nacht ontdeed Nazi-Duitsland zich van zijn masker en maakte het, openlijk en onbeschaamd, een begin met de vernietigingsoorlog tegen de Joden. Gewone, gezagsgetrouwe burgers, onvoorbereid en onbewapend en meestal weerloos. Vluchten was vrijwel onmogelijk, ook doordat bijna geen land ter wereld Joden wilde opnemen. Ook Nederland niet. Velen hadden kunnen overleven, hun leven kunnen uitleven, in plaats van slachtoffer te worden van één van de allergrootste massamoorden in de geschiedenis van de mensheid. Als er toen een vrije en onafhankelijke Joodse staat was geweest.  Als Israël toen had bestaan.

Maar dat was niet zo, en de afloop is u allen bekend.

Het is vandaag 78 jaar geleden. Een mensenleeftijd. De vraag rijst: moeten we dit zolang nadien nog herdenken? De wereld heeft sindsdien zoveel andere catastrofes gezien; waarom is er nog steeds een Kristallnachtherdenking nodig?

Er zijn twee elkaar aanvullende antwoorden. Het eerste antwoord is dat de Kristallnacht glashelder aantoont hoe snel en hoe volledig een misdadige politieke filosofie een gehele natie in zijn greep kan krijgen.  En in het verlengde daarvan: hoe vanzelfsprekend herhaald verbaal geweld op den duur over gaat in fysiek geweld. Altijd. Deze dubbele les moeten wij, Nederlanders en Europeanen, ons ter harte nemen, evenzeer als Israeli’s en Amerikanen, elke dag weer, opdat het ons niet nog eens overkomt.

Het tweede antwoord waarom wij moeten blijven herdenken ligt in het feit dat het specifieke waansysteem dat aan de basis lag van de vernietigingsoorlog tegen de Joden nog steeds bestaat en weer meer en meer volgelingen krijgt: dit waansysteem, de Jodenhaat, is diep verankerd in het Europese onderbewustzijn. In mijn jeugd, de jeugd van de babyboom generatie, in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog, leek het oude antisemitisme getemd. Bij velen die zelf vreselijke dingen hadden meegemaakt heerste er een voorzichtig optimisme maar ik herinner me de woorden van een oude oom dat iets dat 2000 jaar in dit werelddeel had geheerst niet zomaar zou verdwijnen. En inderdaad is de veelkoppige draak van het antisemitisme weer geheel terug in onze westerse realiteit. Jodenhaat kent vele vormen: De klassieke, christelijk- geïnspireerde beschuldiging van godsmoord, de aantijgingen van uitbuiting en zelfverrijking, de verdenking van zucht naar wereldheerschappij en de betichting van onze raciale minderwaardigheid. Kwaadaardige drakenkoppen die nog steeds allemaal naast elkaar bestaan.

En er zijn níeuwe vormen van Jodenhaat: In de eerste plaats het antizionisme. Velen aarzelen: men mag toch wel kritiek hebben op  de regering van Israël? Jazeker mag dat; kritiek is de kunstmest van de democratie. Kritiek op de Nederlandse politiek bijvoorbeeld is dagelijkse kost. Maar nog nooit heb ik iemand de conclusie horen trekken dat daarom de staat der Nederlanden maar moet verdwijnen. Het antizionisme daarentegen ijvert er wel degelijk voor om het Joodse volk zijn eigen staat te ontnemen, een staat die letterlijk van levensbelang is voor het voortbestaan van het Joodse volk. Het antizionisme is niet meer dan een doorzichtige list, om door een andere naam aan te nemen te ontkomen aan de beschuldiging van discriminatie en antisemitisme. Maar het is gewoon onversneden, eenduidige Jodenhaat.

Relatief nieuw in onze streken is de Islamistische Jodenhaat. Velen in de Joodse gemeenschap zijn intensief betrokken bij de dialoog met Islamitische medeburgers en we ontmoeten daarin waardevolle en goedwillende gesprekspartners. Partners om een maatschappij van etnische en religieuze gelijkwaardigheid en onderling respect mee op te bouwen. Juist daardoor valt het ons soms moeilijk om de realiteit van de Islamistische Jodenhaat te berde te brengen.

Wie echter een blik slaat op het massale en kwaadaardige antisemitisme in de Arabische pers dat gericht is tegen al Yahud, de Joden, ziet een haat die niet onderdoet voor wat de media in het Derde Rijk vertoonden en waaraan alle redelijkheid ondergeschikt gemaakt wordt. Getuige het absurde besluit van UNESCO om de resten van onze tweede tempel  niet langer als Joods te bestempelen. Net als met de holocaustontkenning  worden hier pogingen gedaan om het Joodse volk te beroven van zijn geschiedenis. Via satellieten, social media en extremistische predikers sijpelt het gif, veelal onopgemerkt door de westerse media, door naar West-Europa waar het een vruchtbare bodem vindt onder jongeren van Noord-Afrikaanse en Midden-Oosterse origine. In het kielzog van die stroom van Jodenhaat laaien ook homo- en vrouwenhaat op, en een intense weerzin tegen onze westerse cultuur. Wij in het westen hebben daar nog steeds geen tegengif tegen gevonden. Integendeel, tot in de hoogste bestuursregionen laten wij het vaak maar gebeuren, deels uit onmacht, deels uit onverschilligheid, deels uit cultuurrelativisme.

Het duidelijkst is dat in het onderwijs waar bij veel leraren handelingsverlegenheid bestaat. Dat houdt in dat de leraar maar liever niet begint over de Holocaust en aanverwante onderwerpen doordat een deel van de leerlingen daar absoluut niets over wil horen. Een Joods meisje dat bij haar rector kwam klagen over hevige pesterijen kreeg alleen het advies voortaan haar kettinkje met de Davidsster maar niet meer te dragen. Uitingen van Jodenhaat worden op veel scholen genegeerd en met de mantel der liefde bedekt, uit angst om een veel grotere groep leerlingen tegen de haren in te strijken.

De overheid doet veel voor de Joodse gemeenschap op het gebied van veiligheid en bescherming. Wij worden op dat gebied werkelijk gehoord door onze nationale bestuurders. Maar op het gebied van onderwijs, educatie en informatie faalt de overheid. In Nederland en in de EU.

Laten onze bestuurders niet vergeten dat antisemitisme nooit alleen komt maar altijd in zijn kielzog andere vormen van discriminatie en racisme meeneemt. Wat wij nodig hebben, broodnodig, is nationaal en supranationaal een wérkelijke bewustwording van dit probleem, in al zijn complexiteit. Een werkelijke bewustwording die niet alleen maar politiek correct met de mond wordt beleden, terwijl in werkelijkheid effectieve actie uitblijft. Nodig is ontwikkeling van een doortimmerde strategie om dit eeuwenoude monster te lijf te gaan. De EU, en Nederland in de EU kunnen daarin een grote en beslissende rol spelen. U en ik  blijven herdenken, totdat de draak is verslagen, tot ál zijn koppen tandeloos zijn gemaakt.

Adon– oz leamo jiten, adon– jewarech et amo beshalom

Moge God ons kracht geven en moge God ons zegenen met vrede.

Ik dank u voor uw aandacht.

Reactie CJO op misbruik Uilenburger sjoel voor de alternatieve kristallnachtherdenking

Het Centraal Joods Overleg heeft met afkeer kennis genomen van de alternatieve Kristallnachtherdenking die op 9 november gepland staat in de Uilenburgersjoel.

Het CJO organiseert al jaren de officiële Kristallnachtherdenking om de verschrikkingen te herdenken die op 9 november 1938 in Nazi-Duitsland plaatsvonden. Hierbij werden 92 Joden vermoord, 267 synagogen in brand gestoken en circa 7500 winkels verwoest. Deze explosie van antisemitisch geweld vormde de inleiding op de volledige uitsluiting, vervolging en tenslotte  vernietiging van miljoenen Europese Joden.

Waar bij de herdenking van het CJO deze weerzinwekkende opmaat naar de Holocaust centraal staat, lijkt de alternatieve herdenking eerder een gelegenheid voor het uiten van antizionistische en antisemitische sentimenten.

Ter illustratie trok vorig jaar Haneen Zoabi, nota bene een Israëlisch parlementslid, van leer tegen de staat Israël en vergeleek de situatie in Israël met die van nazi-Duitsland. Uitingen die volgens de werkdefinitie van de Europese Unie onmiskenbaar als antisemitisch bestempeld dienen te worden.

Dat dergelijke beschuldigingen nota bene geuit worden bij een Kristallnachtherdenking maakt dit nog stuitender.

De Uilenburgersjoel was ooit de gebedsplaats van een deel van de bewoners van de Jodenbuurt. Na de Tweede Wereldoorlog werd pas in 1995 het gebouw weer in gebruik genomen, onder meer als sjoel. Het is tekenend voor de Platform-organisatie dat zij deze locatie kiest en zelfs niet schroomt om met juridische stappen de wens van de Uilenburgersjoel  te dwarsbomen om de herdenking elders plaats te laten vinden. Dat er op geen enkele manier rekening wordt gehouden met  de Joodse gevoeligheden ten aanzien van een antizionistische en anti-Joodse manifestatie op deze historisch beladen plaats, kenmerkt het karakter van deze alternatieve Kristallnachtherdenkers. Dat juist voor deze plek is gekozen kunnen wij dan ook niet anders zien dan betreurenswaardig, stuitend en provocatief.

Kristallnachtherdenking 2015

Op maandag 9 november 2015 is de Kristallnachtherdenking herdacht in de Portugese Synagoge aan het Mr. Visserplein te Amsterdam. Er waren ruim 500 aanwezigen.  Aansluitend was er een kranslegging op de binnenplaats van de Hollandsche Schouwburg. De toespraken die burgemeester Ahmed Aboutaleb en Ron van der Wieken hielden treft u hieronder aan.

Toespraak gehouden door Ron van der Wieken, voorzitter Centraal Joods Overleg

Dames en heren, hartelijk welkom op deze herdenking van de Kristall Nacht die vandaag op de kop af 77 jaar geleden plaats vond. 9 nov 1938 is een baken in de tijd; Terwijl in de jaren daarvóór de discriminatie van Joden in het Derde Rijk steeds heviger werd blééf de hele wereld weg kijken. Op zijn best gegeneerd, op zijn slechtst ongeïnteresseerd. Na de pogroms van 9 nov 1938 was dat niet langer mogelijk. Het indringende scherfgerinkel van de kapotgeslagen ramen van Joodse huizen was tegelijk de alarmschel van de ineenstortende Europese beschaving. Dát drong eindelijk door in de oren van de wereld. Er móesten maatregelen genomen worden. Daadkrachtige maatregelen.

En dat gebeurde, en wel op de meest cynische wijze denkbaar: Nederland sloot enkele weken later zijn grenzen voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland, de VS deden de facto hetzelfde en Groot Brittannië, nota bene het land van de Balfour declaratie, liet zijn oren hangen naar de grootmufti van Jeruzalem Haj Amin al Husseini en sloot de grenzen van zijn mandaatgebied Palestina hermetisch af voor joden. Honderdduizenden levens, zo niet miljoenen, waren te redden geweest;   talloze familieleden van de joden die hier vanavond aanwezig zijn hadden hun levens nog voluit kunnen leven als de machthebbers van de wereld van toen niet op het moment van onze grootste nood hun grenzen voor ons hadden gesloten. Cynisch, zonder mededogen, zonder erbarmen.

Wij joden weten wat het is om vluchteling te zijn. De Tora roept op om ons steeds weer te herinneren hoe het was om vervolgd te worden in onze tijd van slavernij in Egypte. Zodat wij ons met empathie kunnen inleven in het lot van de vervolgde medemens. Alleen al op grond daarvan moeten wij joden ons volop inzetten als het gaat om de huidige stroom van vluchtelingen.

9 nov 1938 is een baken in de tijd. Vanaf dat moment waren voor iedereen die wilde zien de grove contouren zichtbaar van de ramp die zich ging voltrekken. De catastrofe, uítgevoerd door Nazi-Duitsland, maar met impliciete en soms expliciete hulp van vele andere landen.

Maar 9 november 1938 is niet het begin van de Jodenhaat.

De haat tegen de joden begon niet in 1938. En eindigde niet in 1945. Die oorlog is veel ouder en gaat nog steeds door, tot op de dag van vandaag.

20 eeuwen van niet-aflatende demonisering hebben hier in het westen hun uitwerking niet gemist. Die langdurigste en intensiefste vorm van hersenspoeling die de wereldgeschiedenis ooit heeft gekend maakte het vooroordeel tegen joden tot een bijna onuitwisbaar onderdeel van de westerse cultuur, een kern diep in de ziel van de westerse mens. Zelfs na een catastrofe van ongekende omvang, de Shoah, is dat vooroordeel niet verdwenen. Integendeel, Jodenhaat laait weer overal fel op, in de landen om ons heen en ook in Nederland.

Jodenhaat is als de mythologische draak met de vele koppen. Als één kop is afgeslagen komt daar een andere voor in de plaats. Door de eeuwen heen is de verschijningsvorm van Jodenhaat veranderd maar niet de essentie: Van de haat tegen het volk van de godsmoordenaars naar de haat tegen de duivelse krachten achter communisme én kapitalisme, de misdadige meesterbreinen die via media en banken streven naar de wereldheerschappij. En vandaar naar een inferieur ras dat vernietigd moest worden. En nu naar de plegers van genocide op de Palestijnen. De nieuwste  drakenkop is het antizionisme en anti-Israëlisme. Die haat tegen het bestaan van de staat Israël is identiek aan de eeuwenoude haat tegen joden.  

Gisteren was dat nog goed zichtbaar en hoorbaar, op een steenworp afstand van hier. Onder het smakeloze mom van een Kristall Nacht herdenking probeerden mensen geobsedeerd door hun negatieve gevoelens de bijl te leggen aan de wortels van wat als het er op aan komt het enige toevluchtsoord voor joden is.

Vélen in deze wereld streven naar de ondergang van de staat Israël. Als zij God verhoede hun zin zouden krijgen dan zijn wij vroeger of later weer terug in de wereld van 9 november 1938: Een vervolgd volk dat geen plaats heeft om naar uit te wijken. Dat mag nooit, nooit meer gebeuren. Wij zúllen géén wanhopig opgejaagd wild meer worden.

Het Joodse volk bevindt zich in onze tijd andermaal in benarde omstandigheden. Maar het is goed om te beseffen dat onze situatie geheel anders is dan 77 jaar geleden. Wij hebben een regering en lokale overheden die doordrongen zijn van de lessen van de geschiedenis en ook het joodse belang nauwlettend in het oog houden.

Op drie pilaren steunt onze redding en feitelijk die van de wereld: eerlijke informatie, evenwichtige educatie, en de onderlinge steun van alle mensen van goede wil. En er is een vierde factor speciaal voor joden: dat wij zo eensgezind als mogelijk op ons zelf moeten kunnen vertrouwen.

Moge God ons die kracht geven en moge God ons zegenen met vrede

Adon– oz laomo jiten, adon– jewarech et amo beshalom”

Toespraak gehouden door Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam

Afgelopen voorjaar was ik met Rotterdamse scholieren in kamp Westerbork. Kinderen uit groep 8 van basisschool De Vierambacht en havo-3 leerlingen van het Montessori Lyceum. Een aantal jaren geleden ben ik met dit speciale scholenproject begonnen, omdat ik het belangrijk vind dat de lessen van de Tweede Wereldoorlog worden doorgegeven. Veel jongeren hebben nauwelijks besef van deze zwarte bladzijde in de geschiedenis.

Op weg naar Westerbork denken de scholieren nog: “waarvoor moet ik meer dan twee uur in de bus zitten?” Maar de rondleiding, het verhaal en de foto’s maken altijd diepe indruk:
Het verhaal over een premature baby, die in Westerbork nog zo liefdevol behandeld werd. Eenmaal gezond en sterk, werd de baby zonder pardon met zijn ouders op de trein naar Auschwitz gezet, om te worden vermoord.

De foto van een trein die klaar stond om te vertrekken. Wagons vol mensen die hun noodlot tegemoet gingen. Een perron vol mensen die wanhopig “tot ziens” riepen, tegen beter weten in.

”Ik begrijp het, het gaat over de oorlog en onze stad”, zei een meisje tijdens het bezoek. Een andere scholiere zei: “ik wil voortaan met mensen praten over wat ze ècht voelen en denken. Je kunt in één klap weg zijn. Dat heb ik vandaag wel geleerd.”

Dames en heren, Het is waar: vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog gaan altijd mank. Alle spiegelingen met de huidige tijd doen afbreuk aan het onmetelijke leed dat toen geleden is. Toch was ik ontroerd door de reacties. Want eigenlijk zeiden ze drie dingen:

Dit bezoek heeft mijn ogen geopend. Ik herken mij in deze mensen die ik niet ken, en Ik begrijp dat wat er toen is gebeurd, ook iets betekent voor nu.

Daarom is het zo belangrijk dat wij de lessen van de Tweede Wereldoorlog blijven vertellen. Kennis leidt tot inzicht en inzicht leidt tot compassie. En compassie is een onmisbaar ingrediënt voor een vreedzame samenleving. Een samenleving waarin we oog hebben voor de noden van de ander, voor mensen die het minder hebben dan wij.

Omdat solidariteit van alle tijden is. Omdat solidariteit wederkerig is!

Deze herdenking van de Kristallnacht is een belangrijke les. Die nacht was er sprake van een explosie van Jodenhaat, een haat die al langer onderhuids woedde en stelselmatig gevoed werd door de machthebbers. Van de hoofdstad tot in het kleinste dorp werden Joodse medeburgers beschimpt, geslagen en opgepakt. Hun synagogen en bezittingen – winkels, boeken, huisraad – alles werd vernield.

Martin Gilbert schrijft in het voorwoord van zijn boek over dit keerpunt in de geschiedenis: “De Kristallnacht was het voorspel van de vernietiging van een heel volk en een indicatie van wat er gebeurt wanneer een maatschappij het slachtoffer wordt van haar lagere instincten.”

Wat zou de jongere generatie van deze nacht moeten leren? En misschien nog wel veel meer mensen? Want tot mijn grote verdriet constateer ik dat die zwarte bladzijde in onze geschiedenis vaak haastig, bijna achteloos worden omgeslagen. En soms helemaal niet meer gelezen wordt.

In de eerste plaats moeten we allemaal beseffen dat de Kristallnacht niet op zichzelf staat. Dat het vernederen, beschuldigen en vernielen al jaren eerder was begonnen. Duitsland had in de Eerste Wereldoorlog een nederlaag geleden en stond economisch aan de rand van de afgrond. Daar moest de Joodse bevolking voor boeten. Niet omdat zij geen goede medeburgers waren, integendeel: vele families woonden al generaties lang in Duitsland en behoorden tot de midden- en bovenklasse van de samenleving. Duizenden Duitse joden hadden meegevochten in de Eerste Wereldoorlog.

Zij moesten boeten omdat zij “anders” waren.
Een ander geloof hadden,
Een andere cultuur.
Zij waren een makkelijk doelwit.

De brandstichting, overvallen en geweldpleging werden lang afgedaan als incidenten. Veel mensen staken hun kop in het zand, in binnen- en buitenland. Maar alle incidenten leidden wel tot die ene, noodlottige nacht. Een keerpunt in de geschiedenis.

Schelden, beschuldigingen: het lijken slechts woorden. Maar ze maken meer kapot dan je denkt. Onwetendheid is een voedingsbodem van haat en racisme. En haat en racisme plaveien de weg naar geweld. Nog steeds.

Voor de machthebbers was de Kristallnacht het startmoment om hun uiteindelijke plan ten uitvoer te brengen: de totale vernietiging van het Joodse volk. Daar was het al die tijd om te doen geweest, maar het ultieme mandaat ontbrak nog: de openlijke steun van de bevolking. De indoctrinatie en propaganda hadden hun vruchten afgeworpen.

We moeten op onze hoede zijn voor politici en religieuze leiders die bevolkingsgroepen over één kam scheren. Leiders die oproepen tot haat en geweld. Zij gebruiken slechts gevoelens van frustratie en onvrede voor eigen gewin, om hun eigen machtspositie te verstevigen.

Wees ook op je hoede voor mensen die zulke leiders naar de mond praten, want zij zijn misschien nog gevaarlijker: zij zijn bang. Politiek is niet voor bange mensen. Politiek betekent: belangrijke beslissingen nemen voor de sámenleving, niet voor individuen.

Na de Kristallnacht volgde de Holocaust. En ook al besef ik hoe ongepast en pijnlijk die vergelijking kan zijn, in Westerbork heb ik de gruwelen van de Jodenvervolging vergeleken met de gruwelen van IS. Omdat er ook overeenkomsten zijn.

Ook IS voert een etnische zuivering uit, op christenen, sjiieten, alevieten, yezidi’s en gematigde moslims. Niet met een helse machinerie zoals in nazi-Duitsland, maar met een onwettig leger van hooguit 40.000 man. Achterlijke, onwetende soldaten, die een spoor van vernieling en menselijke misère achterlaten. De gevolgen zien we ook in ons land: duizenden vluchtelingen zoeken bij ons een veilig thuis.

De Holocaust is met niets te vergelijken. Maar ik heb die scholieren een handvat gegeven, waarmee zij een verbinding kunnen maken tussen het verhaal van toen en nu. Tussen de geschiedenis en wat zij nu op televisie en internet zien.

En dat is nodig, want het internationale politieke krachtenveld van nu is ingewikkeld. Het is bijna niet meer te overzien wie tegen wie vecht en waarvoor. De aloude betekenis van: “de vijand van mijn vijand is mijn vriend” gaat niet meer op. Vrede lijkt soms verder weg dan ooit. Maar wij staan niet machteloos.

Wij kunnen verder bouwen aan de samenleving waarin wij samen willen leven. Waar betrokken leiders wereldwijd slechts machtspolitiek bedrijven, moeten wij laten zien waar wij als samenleving toe in staat zijn.

Een belangrijke eerste stap is dat we het wij-zij denken doorbreken. WIJ, dat zijn alle mensen die de rechtstaat als norm hanteren. WIJ, dat zijn de jongeren en de ouderen, degenen die hier geboren zijn of pas later in hun leven zijn komen wonen. WIJ, dat zijn alle mensen, met of zonder religie, de zeker-weters en de twijfelaars.

Er is plek voor iedereen die iets van zijn leven wil maken. Natuurlijk zijn er eenlingen die niet in de WIJ-samenleving thuis horen. Die zichzelf buiten de kring plaatsen: mensen die geweld gebruiken, en religieuze teksten kapen om hun wandaden te legitimeren. Voor hen is geen plek in onze WIJ-samenleving.

De WIJ-samenleving is er voor alle mensen die in vrede en vrijheid in onze rechtsstaat willen leven. Waar vrijheid van onderwijs, van religie, van vergadering en drukpers is. De Grondwet beschermt een minderheid tegen de macht van de meerderheid. Zodat iedereen het leven leiden zoals hij of zij wil. Maar daarbij hoort een belangrijke clausule, namelijk dat de vrijheid van de een de ander geen schade mag berokkenen.

Vrijheid is een recht, maar vrijheid moeten we ook gunnen aan anderen. Daarom is het zo belangrijk dat we elkaar ontmoeten. Dat we elkaar opzoeken en steunen. Door die ontmoeting kunnen we eventuele angsten bij de ander weg nemen. Elkaar kennen – en kennis hebben van de geschiedenis – zijn medicijnen tegen angst. We mogen geen muren optrekken in onze samenleving. Nu niet en nooit niet.

We gaan met elkaar op weg naar de WIJ-samenleving. Niet verdeeld, maar samen. Niet met wapens, maar met woorden. Niet met haat, maar met liefde.

Laat dit het nieuwe keerpunt in de geschiedenis zijn. “

 

Gemeente Amsterdam betaalt erfpachtboetes en Girotegoeden terug

Joodse Amsterdammers die een boete kregen omdat ze hun erfpacht niet hadden betaald gedurende de oorlogsjaren, kunnen een aanvraag doen voor terugbetaling. Ook tegoeden van de Gemeentegiro die na de Tweede Wereldoorlog niet zijn opgevraagd, worden terugbetaald aan oorlogsslachtoffers of hun nabestaanden.

In totaal heeft de gemeente een miljoen euro beschikbaar gesteld. De op verzoek van de gemeente opgerichte stichting Individuele Terugbetalingen Amsterdam heeft een website gemaakt waarop  nabestaanden het geld kunnen claimen dat de gemeente na 1945 onterecht heeft geïnd.