Herdenken als primaire verantwoordelijkheid

Het Centraal Joods Overleg vindt het belangrijk dat de Holocaust in Nederland herdacht wordt. Op 4 mei organiseert het Nationaal Comité 4 en 5 mei de jaarlijkse Nationale Herdenking op de Dam. Tijdens deze Herdenking worden de Nederlandse oorlogsslachtoffers “Allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties”, herdacht.

De Nationale Herdenking op 4 mei op de Dam heeft een nationaal karakter omdat de herinneringen van alle groepen slachtoffers en gebeurtenissen die door het jaar heen op verschillende momenten en plaatsen worden herdacht samenkomen.  Alle slachtoffers worden gezamenlijk herdacht.

Het Centraal Joods Overleg organiseert zelf elk jaar op 9 november de Kristallnachtherdenking en verder zijn we betrokken bij de organisatie van de Jom ha Sjoa herdenking. De organisatie van de Nationale Holocaust Herdenking ligt in handen van het Auschwitz Comité. Tijdens deze herdenkingen wordt er in principe alleen bij de joodse slachtoffers stilgestaan.

Holocaust onderwijs
Herdenken gaat om stilstaan bij de slachtoffers. Maar ook om voorlichting en educatie.  In het curriculum van het basis en voortgezet onderwijs moet voor Holocaust onderwijs aandacht zijn en blijven. Leraren hebben de belangrijke taak om het verhaal van de oorlog in al zijn facetten over te brengen. Het gaat er om jongeren te confronteren met de weerzinwekkende geschiedenis, maar ook met de keuzes die ze zelf kunnen maken rond vrijheid en democratie. Het feit dat sommige docenten een les over de Holocaust niet durven of kunnen geven uit vrees voor de reacties van leerlingen is onaanvaardbaar. De zogenaamde ‘handelingsverlegenheid’ bij docenten moet worden aangepakt. Het Ministerie van Onderwijs en partners spelen daarin een cruciale rol. Het CJO spreekt hierover regelmatig met betrokken partijen.

Slachtoffers en daders
Regionale 4 en 5 mei comités lijken zich soms geheel los te bewegen van hetgeen het Nationaal Comité 4 en 5 mei als beleid voert. Tijdens (veelal) lokale herdenkingen worden slachtoffers en daders gelijkgesteld en streeft men naar ‘verzoening’. Dit is een onwenselijke tendens. Het CJO vindt dat dit het lot van de slachtoffers miskent. Het is respectloos en harteloos naar hen die zijn omgekomen, de overlevenden en nabestaanden.  Regionale comités en overheden moeten het uitgangspunt van het Nationaal Comité 4 en 5 mei gebruiken als leidraad. We moeten er voor waken de geschiedenis niet te vervalsen door daders en slachtoffers onder dezelfde noemer te willen herdenken.