CJO behartigt de belangen van de Joodse gemeenschap bij overheid en samenleving

Joodse Oorlogstegoeden


Algemeen

Nagenoeg vanaf de oprichting heeft het Centraal Joods Overleg zich ingespannen voor de teruggave en de verdeling van Joodse oorlogstegoeden. Deze werkzaamheden duren tot op heden voort.

Een algemeen chronologisch overzicht van deze inspanningen leveren de samenvattingen van de CJO Jaarverslagen.

Het CJO laat zich hierbij adviseren door het Adviescollege Restitutie & Verdeling. Dit college bestaat uit zes organisaties van Joodse vervolgingsslachtoffers en de Joodse naoorlogse generatie. Tevens wordt samengewerkt met de koepelorganisatie van Nederlands Joodse organisaties in Israel, de Stichting Platform Israel. In 1999 en 2000 werden akkoorden bereikt met de Nederlandse Overheid, banken, beurs en verzekeraars. Naast erkenning van gemaakte fouten in het naoorlogse beleid resulteerden de overeenkomsten in de teruggave van fl. 764,12 miljoen (€ 364,74 miljoen). Bij alle onderhandelingen werd door het CJO het uitgangspunt gehanteerd dat er uitsluitend over restitutie van Nederlands Joods bezit gesproken kon worden, en niet over vergoedingen voor het tijdens en na de oorlog veroorzaakte leed. Hoewel het CJO het niet als zijn taak ziet de gelden zelf te verdelen, draagt het CJO wel verantwoording voor een correcte uitvoering van de overeenkomsten. De feitelijke bestedingen vinden plaats door acht stichtingen. Bij zeven van deze stichtingen is het CJO (mede)oprichter.


Klik hier voor een overzicht van Grootboektegoeden.

Klik hier voor een artikel over de restitutie van geroofde kunst.


Individuele uitkeringen

Ruim fl. 352 miljoen (€ 159,7 miljoen) is tussen december 2000 en februari 2002 in de eerste ronde voor individuele uitkeringen verdeeld onder Joodse oorlogsoverlevenden en hun plaatsvervangers. Deze verdeling wordt uitgevoerd door het Bureau Maror-gelden. In mei 2002 werd het restant uit de eerste ronde verdeeld in een tweede ronde.

Klik hier voor de website van Bureau Marorgelden.

 

Collectieve uitkeringen

Een ander deel van de gerestitueerde gelden, minimaal tien en maximaal twintig procent van het bedrag dat naar individuen gaat, zal ten goede komen aan collectieve doelen t.b.v. de Nederlands Joodse gemeenschappen in Nederland en Israel. Het CJO en het Platform Israel hebben afgesproken dat van deze beschikbare gelden 74 procent in Nederland zal blijven en 26 procent naar Israel zal gaan. In gezamenlijk overleg tussen Nederland en Israel, kunnen ook Nederlands Joodse doelen in andere landen gefinancierd worden. Voor wat betreft de voor Nederland beschikbare gelden werkt het CJO samen met het Platform Infrastructuur Nederland (PIN). Het PIN is een samenwerkingsverband tussen een groot aantal instellingen en fondsen die gericht zijn op de Joodse gemeenschap in Nederland.
De verdeling van de collectieve tegoeden wordt ter hand genomen door de Stichting Collectieve Maror-gelden (COM). Het Bureau Maror-gelden is het uitvoeringsbureau van de COM en heeft ook de functie van helpdesk voor de aanvragers.

Klik hier voor meer informatie, op de website van Bureau Marorgelden.

 

Humanitaire Projecten

Met de Nederlandse regering werd afgesproken dat een bedrag van fl. 50 miljoen (€ 22,69 miljoen) zal worden gestort in een fonds voor Joodse en niet-Joodse humanitaire projecten in het buitenland. Het Fonds is inmiddels opgericht.

Klik hier voor meer informatie op de website van het JHF.

 

Slapende rekeningen

Naast bovengenoemde bestemmingen is een deel van de fl. 764,12 miljoen (€ 364,74 miljoen) gereserveerd voor het honoreren van individuele claims op onder meer slapende banktegoeden. Hiervoor is april 2002 de Stichting Individuele Bankaanspraken Sjoa opgericht. De werkzaamheden van deze Stichting zijn inmiddels beeindigd.

Klik hier voor een verslag van de werkzaamheden van de Stichting.

 

Effecten-, kluisjes- en Puttkammerclaims

De Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa werd eind december 2001 opgericht. Deze Stichting heeft claims behandeld voor niet-uitbetaalde schadevergoedingen voor effecten. Tevens kon men claims indienen voor het in rekening brengen van opengebroken bankkluisjes en claims die betrekking hadden op de zogenaamde Puttkammerlijst. Aanvragen konden worden ingediend tot 31 december 2002. Onder voorwaarden konden claims met betrekking tot vergoeding van de in rekening gebrachte kosten voor het openbreken van safeloketten tot 1 november 2003 bij de Stichting worden ingediend.

Klik hier voor het eindverslag van de Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa.

 

Verzekeringspolissen

Voor het claimen op niet-uitgekeerde verzekeringspolissen kan men terecht bij de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa.

Klik hier voor de website van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa.

 

Kunst

Duizenden kunstvoorwerpen zijn in de Tweede Wereldoorlog in Duitsland terechtgekomen, hetzij door verkoop, hetzij door roof of confiscatie. Na de oorlog heeft de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) namens de Nederlandse Staat een deel van de teruggehaalde kunstvoorwerpen aan de rechtmatige eigenaren teruggegeven. Desondanks bevond een aantal kunstwerken zich nog steeds onder beheer van het Rijk. Dit vormt de Nederlands Kunstbezitcollectie (NK-collectie).

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft in oktober 1997 de Commissie Ekkart opdracht gegeven een proefonderzoek naar de herkomst van een selectie van kunstvoorwerpen uit deze NK-collectie te doen. Daarna is in opdracht van diezelfde commissie en onder organisatorische verantwoordelijkheid van de Inspectie Cultuurbezit op 1 september 1998 het projectbureau Herkomst Gezocht opgericht met een belangrijke taak: het onderzoek naar de oorspronkelijke eigenaren van de kunstvoorwerpen uit de NK-collectie, voor zover dat, ruim 50 jaar na het einde van de oorlog, nog mogelijk was.

De resultaten staan op de website www.herkomstgezocht.nl. Via deze website is het mogelijk om zelf in de database te zoeken.

Klik hier voor de website van Herkomst Gezocht.