CJO behartigt de belangen van de Joodse gemeenschap bij overheid en samenleving

CJO teleurgesteld over regeringsstandpunt Oorlogskunst

PDFAfdrukkenE-mailadres
20
nov
2001

Met gemengde gevoelens heeft het Centraal Joods Overleg kennis genomen van de voorstellen van de regering inzake de oorlogskunst die de staat onder zich houdt. Het CJO acht het onaanvaardbaar, dat de nieuw in te stellen Commissie die over de teruggave van oorlogskunst zal gaan oordelen, dat alleen maar kan doen indien de Minister om haar oordeel vraagt en niet als de oorspronkelijke eigenaar of diens rechtsopvolger erom verzoekt.

In het geval een oorspronkelijk eigenaar of diens rechtsopvolger een kunstvoorwerp claimt, dat zich niet in handen van de staat bevindt, kan het oordeel van de nieuwe Commissie alleen maar ingeroepen worden als beide partijen hierom verzoeken. Dit blijkt uit het aanstellingsbesluit voor deze Commissie (art 2 lid 1,2 en 3) dat Staatssecretaris Van der Ploeg op 16 november jl. bekend maakte.

Bovendien meent het CJO, dat niet alleen oorspronkelijke eigenaren en hun rechtsopvolger een zaak moeten kunnen voorleggen, maar ook organisaties die de Joodse gemeenschap vertegenwoordigen, indien er geen erfgenamen van de oorspronkelijke bezitters meer in leven zijn. Omdat de Nazi’s soms hele families hebben uitgemoord, ontbreken er frequent erfgenamen. De staat mag in zulke gevallen niet van de moord op 110.000 Nederlandse Joden profiteren.

Ten tweede heeft het CJO ernstige kritiek op het feit dat niet alle aanbevelingen van de Commissie Ekkart zijn overgenomen. De regering had aan de oorspronkelijke bezitters of hun erfgenamen alsnog de mogelijkheid moeten bieden, de van hen gestolen kunst terug te kopen, wanneer ze deze mogelijkheid niet eerder benut hebben. (Aanbeveling 9 van Ekkart). Na de oorlog heeft het SNK aan overlevenden vaak onmogelijk te vervullen voorwaarden voor terugkoop gesteld. Er werden bijvoorbeeld rentebedragen en kosten in rekening gebracht en wanneer overlevenden niet genoeg geld hadden om hun kunstvoorwerpen (waarvoor ze in de oorlog geld hadden ontvangen) terug te kopen, verleende de SNK geen uitstel.

Het CJO hoopt dat de Tweede Kamer deze fundamentele onrechtvaardigheden in de door de regering voorgestelde regeling alsnog ongedaan maakt. Het na-oorlogse rechtsherstel is door de regering zelf kil, bureaucratisch en harteloos genoemd. Het is zeer de vraag of de huidige voorstellen van Staatssecretaris Van der Ploeg het falen van de jaren na de Tweede Wereldoorlog zullen herstellen.