CJO behartigt de belangen van de Joodse gemeenschap bij overheid en samenleving

Samenvattingen

 

Hieronder treft u de korte inhoud van de CJO-jaarverslagen, elk met een link naar het volledige verslag. U kunt ook via het menu Jaarverslagen rechtstreeks naar een jaarverslag doorklikken, zonder samenvattig.

1997

Het Centraal Joods Overleg Externe Belangen werd in 1997 opgericht. In 1996 werd uitvoerig aandacht geschonken aan de noodzaak tot het samenwerken van joodse organisaties bij het beharyigen van joodse belangen naar buiten toe. Ingegaan werd onder andere op de geschiedenis van de wens van samenbundeling van krachten sinds 1945. In 1995 en 1996 zijn een aantal organisaties met elkaar in gesprek gegaan, met het doel een overlegorgaan op te richten en regels op te stellen zodat dit overleg goed zou functioneren.

Tjdens de vierde constituerende vergadering van het ‘Overleg Externe Joodse Belangen’ op 11 maart 1997 werd definitief tot de oprichting besloten. Gekozen werd voor de naam ‘Centraal Joods Overleg Externe Belangen’ afgekort CJO. Op 19 maart 1997 vond de daadwerkelijke oprichting plaats.

Al vanaf de oprichting heeft het Centraal Joods Overleg zich intensief bezig gehouden met roof en restitutie van joods bezit. In 1996 werd door de overheid een onderzoek ingesteld naar de mogelijkheden om voldoening te krijgen voor de nog openstaande gedeelten van de Nederlandse goudclaim. Naar aanleiding hiervan schreven een aantal joodse organisaties een gezamenlijke brief aan de Minister President, om zijn aandacht te vestigen op het gegeven dat er naast op het gebied van goud en geld ook veel onduidelijkheid bestond over roof en restitutie op gebied van effecten, levensverzekeringen, juwelen en kunst. Er werd aanbevolen het onderzoek uit te breiden. Het onderzoek werd inderdaad uitgebreid en er werden verschillende onderzoekscommissies ingesteld.

Het bleek dat Nederland aanspraak kon maken op goud dat tijdens de oorlog bij Zwitserse banken terecht is gekomen. Het CJO heeft zich intensief bezig gehouden met de verdeling van dit geld.
Naar aanleiding van de publiciteit rond geroofd goud werden bestaande gevoelens van onrechtvaardigheid binnen de joodse gemeenschap geactualiseerd. Er ontstonden veel vragen over het indienen van claims. Het CJO besloot hierop een centraal meldpunt voor deze claims op te richten en heeft hier eind 1997 veel werk in gestoken.

Wat betreft kunst, verzekeringspolissen, Grootboeken, het Liro-archief en kleinoden zijn op initiatief van het CJO onderzoeken opgestart om na te gaan op welke schaal hier sprake is geweest van roof en waar nog restitutie plaats zou moeten vinden. Ook is een aanzet gegeven tot historisch onderzoek naar de opvang van joden in Nederland vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Klik hier om het hele jaarverslag 1997 te lezen en/of op te slaan.

1998

In het jaar 1998 concentreerden de werkzaamheden van het Centraal Joods Overleg Externe Belangen (CJO) zich vrijwel geheel op zaken betreffende rechtsherstel in verband met de Tweede Wereldoorlog.

Door de commissies Kordes, Scholten, Ekkart en Van Kemenade is op verschillende gebieden onderzoek gedaan naar roof van Joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op het werk van deze commissies wordt in dit jaarverslag uitgebreid ingegaan.

Het Centraal Joods Overleg heeft zich onder andere bezig gehouden met het maken van afspraken omtrent de restitutie van verzekeringsgeld, banktegoeden en geroofde kunst. Bij het Centraal Meldpunt Joodse Oorlogsclaims werden veel claims ingediend. Daarnaast werd het onderzoek naar de zorg en opvang van oorlogsgetroffenen in Nederland in de periode 1944 – begin jaren ’50 uitgewerkt en opgezet.

Ook heeft het Centraal Joods Overleg in samenspraak met het Ministerie van VWS besloten tot de oprichting van een internationaal fonds ten behoeve van de Joodse gemeenschap.

Klik hier om het hele jaarverslag 1998 te lezen en/of op te slaan.

1999

1999 begon voor het CJO met het uitbrengen van een uitgebreide kritische interimreactie op de rapporten Kordes en Scholten I. Deze reactie speelde een belangrijke rol in de discussie in de Tweede Kamer over oorlogstegoeden en verder onderzoek naar restitutie en rechtsherstel. In de zomer nam het CJO het initiatief voor het Adviescollege Restitutie & Verdeling. Dit werd gevormd door organisaties van oorlogsoverlevenden en de naoorlogse generatie. In november sloot het CJO een akkoord met het Verbond van Verzekeraars over de restitutie van niet uitgekeerde verzekeringspolissen. Hoewel hij niet door iedereen warm werd onthaald, had de overeenkomst grote betekenis. Ten eerste omdat er een finale regeling werd getroffen voor niet uitgekeerde verzekeringspolissen. Ten tweede omdat het akkoord een enorme uitstraling zou krijgen naar de Nederlandse overheid, banken en beurs, met wie later zou worden onderhandeld over restitutie. In december 2000 bracht de Commissie Scholten haar eindrapport uit. Tot genoegen stelde het CJO vast dat daarin veel kritiekpunten uit de interimreactie waren verwerkt. Teleurstellend was echter dat de Commissie de aanbeveling deed dat, ondanks het aantoonbaar gebrekkige rechtsherstel, geen sprake kon zijn van restitutie van bezit en dat volstaan kon worden met een symbolisch financieel gebaar naar de Joodse gemeenschap.
Klik hier om het hele jaarverslag 1999 te lezen en/of op te slaan.


2000

In 2000 bereikten de activiteiten omtrent de WOII-tegoeden een hoogtepunt. In januari verscheen het rapport van de Contactgroep Tegoeden WO II (Commissie Van Kemenade). Het CJO prees de inhoud, maar verzette zich tegen een aantal aanbevelingen. Een periode van overleg met de Nederlandse regering volgde, terwijl ook met de Nederlandse banken en beurs werd onderhandeld over teruggave van Joods bezit. Zowel met de Nederlandse regering als met de banken/beurs werden uiteindelijk overeenkomsten gesloten. De regering erkende de morele aanspraken van de Nederlandse Joden en bood excuus aan voor de kille en bureaucratische opvang van overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Ook de Nederlandse effectenbeurs betuigde spijt voor zijn optreden tijdens en na de oorlog. De teruggave van deze restitutiegelden en de verzekeringsgelden van 1999 betekende dat een groot deel van 2000 in het licht kwam te staan van de verdeling ervan. Het CJO werd daarbij geassisteerd door zijn Adviescollege en voerde overleg met het Platform Israel. Dit resulteerde in een plan het geld te verdelen onder Joodse overlevenden die zich tijdens de oorlog in Nederland bevonden. Voor zover zij na de oorlog waren gestorven, konden hun kinderen in aanmerking komen voor een uitbetaling. Daarnaast werd afgesproken dat minimaal 10 en maximaal 20 procent van het totaalbedrag voor individuele uitkeringen ten goede zou komen aan collectieve Joodse doelen.
Klik hier om het hele jaarverslag 2000 te lezen en/of op te slaan.


2001

De activiteiten in 2001 concentreerden zich voornamelijk op de uitwerking van de restitutieakkoorden. Gewerkt werd aan de opzet van stichtingen voor individuele banken- en effectenclaims en het Joods Humanitair Fonds. Ook werden voorbereidingen getroffen voor de verdeling van collectieve Joodse doelen in Nederland. Daarnaast volgde het CJO nauwgezet de ontwikkelingen in Israel en werd de nodige aandacht geschonken aan de VN-antiracisme conferentie in Durban. 2001 was ook de start van de discussie over de toekomstige rol van het CJO in Joods Nederland.
Klik hier om het hele jaarverslag 2001 te lezen en/of op te slaan.


2002

In het verslagjaar 2002 werd aan de verdeling van de Joodse oorlogstegoeden verder vorm gegeven in de verschillende door het CJO opgerichte stichtingen, namelijk de Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa, de Stichting Individuele Bankaanspraken Sjoa, en tevens in de reeds langer bestaande Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa en de Stichting Herkomst Gezocht. Het Centraal Meldpunt Joodse Oorlogsclaims, dat in 1998 werd opgericht door het CJO en waarvan de verzamelde informatie van doorslaggevend belang was bij de onderhandelingen in 1999, werd, veel later dan oorspronkelijk gepland, in het verslagjaar gesloten. Verder lag in 2002 de aandacht vooral bij het opzetten van een verdelingsapparaat voor de verdeling van de collectieve gelden. Dit proces vond en vindt plaats in overleg met het Platform Infrastructuur Nederland (PIN) en met raadpleging van het Adviescollege Restitutie en Verdeling (ARV). In dit verslag zijn deze zaken en de overige activiteiten samengevat.
Klik hier om het hele jaarverslag 2002 te lezen en/of op te slaan.


2003

In 2003 bleef de aandacht van het CJO gevestigd op het opzetten en van start gaan van het verdelingsapparaat voor de verdeling van de collectieve gelden, en het afsluiten van de verdeling van de individuele tegoeden, met een derde en laatste uitkering aan de individuen. Dit proces vond en vindt plaats in overleg met het Platform Infrastructuur Nederland (PIN) en met raadpleging van het Adviescollege Restitutie en Verdeling (ARV).
Daarnaast werd in 2003 een gedeelte van de verdeling van de tegoeden door de door het CJO opgerichte Sjoa-stichtingen beëindigd; de Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa en de Stichting Individuele Bankaanspraken Sjoa rondden hun werkzaamheden af. Het gedeelte dat uitgevoerd wordt door de reeds langer bestaande Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa en de Stichting Herkomst Gezocht wordt nog voortgezet
Ook trachtte het CJO in het verslagjaar op verschillende manieren vorm te geven aan zijn bezorgdheid over de groei van de hoeveelheid en de verandering van het karakter van antisemitische incidenten in Nederland en de rest van de wereld. Een samenvatting van deze zaken en overige activiteiten vindt u in het verslag.
Klik hier om het hele jaarverslag 2003 te lezen en/of op te slaan.


2004

In 2004 vond een nieuwe fase in de verdeling van de collectieve gelden een aanvang. Het gedeelte van de gelden dat van de overheid afkomstig is, werd verdeeld in de eerste rondes. Nu werd begonnen met de verdeling van de tegoeden afkomstig uit de private sector (verzekeringen, bank, beurs). In het licht van deze nieuwe fase in de restitutie is het Centraal Joods Overleg (CJO) in overleg met het Adviescollege Restitutie en Verdeling (ARV) en het Platform Infrastructuur Nederland (PIN) bezig met de vorming van de Gemeenschapsraad welke naast het Bestuur van de verdelingsstichting Collectieve Maror-gelden (COM) zal gaan functioneren. De werkzaamheden van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa en de Herkomst Gezocht werden nog voortgezet.
Ook hield het CJO zich in 2004 intensief bezig met de veiligheidssituatie van de Joodse gemeenschap in Nederland. Samen met de Stichting Bij Leven en Welzijn werd overleg gevoerd met de landelijke overheid en gemeentelijke overheden over te nemen maatregelen en de financiering daarvan.
Verder voerde het CJO gesprekken met vertegenwoordigers van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), onder meer over beleidsstukken van de PKN ten aanzien van de problematiek in het Midden Oosten. De gemeente Amsterdam initieerde daarnaast een overleg tussen de Marokkaanse en de Joodse gemeenschap, waaronder het CJO, in Amsterdam. In dat kader heeft intussen een serie gesprekken plaatsgevonden.
De ontwikkeling van een nieuwe bestuurlijke vorm voor de oorspronkelijke gedachte die ten grondslag ligt aan de oprichting van het CJO; het vertegenwoordigen van de externe belangen van Joden in Nederland, werd in 2004 concreter. Nu het proces van verdelen van de tegoeden in een nieuwe fase is beland, wil het CJO in 2005 de bestuurlijke vorm aanpassen aan de veranderende aandachtspunten van het CJO. In dit verslag zijn deze zaken en de overige activiteiten samengevat.
Klik hier om het hele jaarverslag 2004 te lezen en/of op te slaan.


2005

In 2005 werd de verdeling van het private gedeelte van de collectieve gelden gecontinueerd. Het gedeelte van de gelden dat van de overheid afkomstig is, werd reeds verdeeld in 2002 en 2003, in de eerste rondes van de verdeling. Sinds 2004 worden de tegoeden afkomstig uit de private sector (verzekeringen, bank, beurs) verdeeld.In het licht van deze nieuwe fase in de restitutie is het Centraal Joods Overleg (CJO) in overleg met het Adviescollege Restitutie en Verdeling (ARV) en het Platform Infrastructuur Nederland (PIN) bezig met de vorming van de Gemeenschapsraad die naast het Bestuur van de verdelingsstichting Collectieve Maror-gelden (COM) zal gaan functioneren. De werkzaamheden van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa werden nog voortgezet.
Ook in 2005 hield het CJO zich intensief bezig met de veiligheidssituatie van de Joodse gemeenschap in Nederland. Samen met de Stichting Bij Leven en Welzijn werd overleg gevoerd met de landelijke overheid en gemeentelijke overheden over te nemen maatregelen en de financiering daarvan.
Het overleg dat de gemeente Amsterdam, op verzoek van het CJO in 2004 initieerde tussen de Marokkaanse en de Joodse gemeenschap in Amsterdam, mondde in 2005 uit in het opzetten van een Joods-Marokkaans netwerk.
De ontwikkeling van een nieuwe bestuurlijke vorm voor de oorspronkelijke gedachte die ten grondslag ligt aan de oprichting van het CJO; het vertegenwoordigen van de externe belangen van Joden in Nederland, werd in 2005 concreter. In dit verslag zijn deze zaken en de overige activiteiten samengevat.
Klik hier om het hele jaarverslag 2005 te lezen en/of op te slaan.

 

2006

In 2006 werd de verdeling van het private gedeelte van de collectieve Maror gelden gecontinueerd. Het Centraal Joods Overleg (CJO) heeft in 2006 zes leden benoemd in de Gemeenschapsraad, evenals het Platform Infrastructuur Nederland (PIN). De Gemeenschapsraad zal naast het Bestuur van de verdelingsstichting Collectieve Maror-gelden (COM) gaan functioneren, en het beleid van de Stichting aan het beleidsplan toetsen.
De werkzaamheden inzake individuele tegoeden van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa duurden voort in 2006, de werkzaamheden van de Commissie Asscher (inzake kunstclaims) werden nog voortgezet in 2006. Begin 2007 was er een intensivering van de werkzaamheden van de Commissie Asscher, in verband met de wens van de regering de claimmogelijkheid te beëindigen per 4 april. Minister Plasterk (O, C en W) zegde, na interventies van diverse organisaties, toe dat ook na 4 april de mogelijkheid een kunstclaim bij de regering neer te leggen gehandhaafd blijft.
Naast Restitutie en Verdeling heeft het CJO zich in 2006 nog met een aantal onderwerpen bezig gehouden. Onlangs is besloten om ten aanzien van Restitutie en Verdeling en twee andere onderwerpen gespecialiseerde compartimenten in te richten, namelijk voor de onderwerpen veiligheid en dialoog. Elk compartiment kan andere organisaties bij de uitvoering van de taken betrekken.
Inzake veiligheid hield het CJO zich in 2006 intensief bezig met de veiligheidssituatie van de Joodse gemeen- schap in Nederland. Samen met de Stichting Bij Leven en Welzijn (BLEW) werd overleg gevoerd met de landelijke overheid en gemeentelijke overheden over te nemen maatregelen en de financiering daarvan. In 2006 heeft het CJO samen met BLEW contact opgenomen met de gemeenten Leiden en Amstelveen om met hen te spreken over veiligheids-beleid inzake Joodse objecten. In Amsterdam werden ondertussen bij een aantal Joodse objecten paaltjes geplaatst.
Inzake dialoog participeerde het CJO onder meer in verschillende bijeenkomsten georganiseerd door het Joods Marokkaans Netwerk, en vond ook overleg plaats met de Protestantse Kerk Nederland (PKN).
In dit verslag worden deze zaken en de overige activiteiten toegelicht.
Klik hier om het hele jaarverslag 2006 te lezen en/of op te slaan.

 

2007

De werkzaamheden betreffende restitutie van individuele tegoeden van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa en de Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa duurden voort in 2007. De werkzaamheden van de overige Stichtingen die gerelateerd waren aan restitutie van individuele tegoeden werden beëindigd of welhaast beëindigd. In 2007 hielden het CJO en de besturen van deze Stichtingen zich bezig met de wijze waarop de bij de Stichtingen verzamelde gegevens gearchiveerd moeten worden.
Naast Restitutie en Verdeling heeft het CJO zich in 2007 nog met een aantal onderwerpen bezig gehouden.
Inzake dialoog participeerde het CJO onder meer in verschillende bijeenkomsten georganiseerd door het Joods Marokkaans Netwerk, werd het project ‘Joden en Marokkanen in Nederland’ voortgezet, werd een aanvang gemaakt met het project ‘Mogelijkheden tot dialoog met Moslims in kaart gebracht’ en vond ook overleg plaats met de Protestantse Kerk Nederland, IKV PaxChristi, Cordaid en UCP.
Verder sprak het CJO in 2007 over het feit dat het soortelijk gewicht van de stem van de Joodse gemeenschap in Nederland steeds geringer lijkt te worden; dat de kracht van de Joodse stem afneemt lijkt niet alleen te maken te hebben met de grootte van de gemeenschap maar ook met andere, te analyseren, factoren.
Tegelijkertijd heeft de Joodse Gemeenschap in Nederland te maken met veranderende publieke opinie betreffende Israel en herdenking van de Tweede Wereldoorlog; er is een afnemende belangstelling voor het lot van de Joden in WOII, er is een afnemende steun voor de positie van Israel. Dit vindt het CJO een verontrustende ontwikkeling.
De oorzaken van het geconstateerde feit zijn waarschijnlijk divers. Nederlanders komen qua leeftijd verder van WOII af te staan, wat een afname van het actualiteitsbesef van de herdenking van de Sjoa tot gevolg heeft. Daarnaast verandert de afkomst van de Nederlandse bevolking dusdanig dat er geen historische banden zijn met dit stuk historisch erfgoed.
Ook wat betreft de steun aan Israel is de veranderende bevolkingssamenstelling een factor, een deel van de huidige Nederlandse bevolking is afkomstig uit landen waar traditioneel onder de bevolking geen grote loyaliteit jegens Joden en/of Israel bestaat.
Niet alleen de publieke opinie ten opzichte van zaken die de Joodse gemeenschap ter harte gaan verandert, ook de positie van de Joodse gemeenschap zelf. Dit blijkt onder meer uit het feit dat Joodse organisaties soms in discussies over (maatschappelijke) zaken die hen ter harte gaan niet aan tafel worden genodigd.
In vervolg op bovenstaande constateringen heeft het CJO aan twee onderzoekers opdracht gegeven een tiental Joodse Nederlanders benaderd, om hun visie op de huidige Joodse stem in kaart te brengen, evenals hun visie op het huidig gebruik van de Joodse stem, en het bedenken van manieren die het soortelijk gewicht van de Joodse stem vergroten, evenals de kwaliteit. Deze tien personen waren afkomstig uit het centrum en de periferie van de Joodse gemeenschap (in brede zin, gebonden en ongebonden). Aan het vervolg op dit onderzoek zal in 2008 vorm worden gegeven.
Vooruitlopend op het genoemde onderzoek richtte het CJO zich in 2007 en het begin van 2008, in vervolg op bovenstaande constateringen, op het laten horen van de Joodse stem waar het gaat om de wijze waarop de Tweede Wereldoorlog herdacht moet worden, door te overleggen met de instanties die zich daarmee bezig houden, en door het opstarten van verschillende relevante projecten. Hierover kunt u elders in dit verslag lezen.
In dit verslag worden deze zaken en de overige activiteiten toegelicht.
Klik hier om het hele jaarverslag 2007 te lezen en/of op te slaan.

 

2008

De werkzaamheden van het CJO werden ook in 2008 nog in belangrijke mate bepaald door de voortgang van het proces van Restitutie en Verdeling van Joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog.
De werkzaamheden betreffende restitutie van individuele tegoeden van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa en de Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa duurden voort in 2008.
De werkzaamheden van de overige Stichtingen die gerelateerd waren aan restitutie van individuele tegoeden werden beëindigd of welhaast beëindigd. In 2008 zijn de archieven van de Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa en het Centraal Meldpunt Joodse Oorlogsclaims klaargemaakt voor het Nationaal Archief en daarnaar overgebracht.
Naast Restitutie en Verdeling heeft het CJO zich in 2008 nog met een aantal onderwerpen bezig gehouden.
Het CJO heeft naar aanleiding van een artikel van de heer Slot in het Historisch Nieuwsblad een plan gemaakt om onderzoek te doen naar tijdens de WOII geroofd Joods vastgoed. Of dit onderzoek plaats kan vinden wordt later bekend.
Inzake dialoog participeerde het CJO onder meer in verschillende bijeenkomsten georganiseerd door het Joods Marokkaans Netwerk en werd het project ‘Mogelijkheden tot dialoog met Moslims in kaart gebracht’ voortgezet.
Daarnaast organiseerde het CJO de Kristallnachtherdenking, en werden bijeenkomsten georganiseerd waarin werd gesproken over de veranderende bevolkingssamenstelling in relatie tot educatie en herdenking van de Tweede Wereldoorlog.
Ook organiseerde het CJO drie bijeenkomsten over het levend houden van de herdenking van de Holocaust. Binnen deze bijeenkomsten werd de problematiek door verschillende organisaties besproken. Naar aanleiding van de hieruit voortkomende aanbevelingen heeft het CJO meermaals gesproken met het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Ook is op de sites de van de verschillende CJO-organisaties informatie gepubliceerd over de argumenten van Holocaustontkenning en de ontzenuwing daarvan.
Naar aanleiding van de situatie in Israel heeft het CJO verschillende gesprekken gehad met de Raad van Kerken, het Contactorgaan Moslims en Overheid, de Protestantse Kerk in Nederland en United Civilians in Peace.
In dit verslag worden deze zaken en de overige activiteiten toegelicht.
Klik hier om het hele jaarverslag 2008 te lezen en/of op te slaan.

 

 

Â