Speech 7 oktober 2026 – CJO-bestuurslid Dave Heilbron

door info@cjo.nl | okt 7, 2026 | Herdenken, Nieuws | 0 reacties

Excellenties, volksvertegenwoordigers, geachte dames en heren.

Als je sommige politici, universiteitsbestuurders, NGO-medewerkers en journalisten moet geloven, pleegt Israël genocide in Gaza. Wat geen rechter heeft getoetst, wordt rondgekaatst als ware het een vaststaand feit. Over een werkelijk vaststaand feit, de genocidale bloedlust van Hamas, Islamitische Jihad en andere terroristische groepen uit Gaza tegen Israëli's, Joden en zelfs Arabische Israëli's die zich op 7 oktober in de Gaza-envelop bevonden, hoor je deze babbelende klasse amper.

Wat vandaag drie jaar geleden in Zuid-Israël plaatsvond, ging verder dan een enkele terroristische aanslag: het was een horror van ongekende proporties die nu, drie jaar na dato, nog altijd tot trauma leidt. Hoewel Hamas, een erkende terroristische organisatie, deze horror op kinderen, vrouwen en mannen ontketende, zien we in de Nederlandse samenleving witwassers en zelfs volgelingen bij verschillende politieke partijen, bij Extinction Rebellion, bij zogenaamd ‘goede’ doelen en zelfs binnen lhbt-kringen, waar ik vanwege mijn eigen geaardheid helemaal kapot van ben. Deze bewegingen creëren een klimaat waarin Joden kunnen worden geïntimideerd en buitengesloten. We voelen ons onveilig. Mijn grootouders waarschuwden altijd al: je bent nooit veilig als Jood. Wees onafhankelijk en zorg ervoor dat je koffer altijd klaarstaat, was het motto waarmee ik ben opgegroeid. Maar vroeger wuifde ik hun waarschuwingen weg: zo'n vaart zal het toch niet lopen? Zo'n vaart loopt het inmiddels wel.

Exact vier jaar geleden werd ik gevraagd om in het dagelijks bestuur van het CJO te komen. Ik zat en zit nog steeds in het bestuur van het CIDI. Het CIDI heeft, naast de drie kerkgenootschappen, het Joods Maatschappelijk Werk, het Zionistisch Verbond, BLEW en de vertegenwoordigers van de Joodse jeugdverenigingen, een belang in het CJO. Vier jaar geleden had ik geen flauw idee wat het CJO precies deed. Chanan Hertzberger, Hans Weijel en ik waren alle drie nieuw en kenden elkaar ook niet. Een soort ambassadeursrol naar de overheid, een uitnodiging voor een of andere receptie en het dossier kunstroof waren de thema's die op ons bord lagen. Exact een jaar later was onze rol drastisch veranderd en kregen de twee andere mannen en ik er een volledige baan bij.

Sinds die zaterdagochtend van 7 oktober 2023 zitten wij in permanent crisisoverleg. De stem van mijn opa kaatst steeds vaker door m'n hoofd: “Koffertje klaar.” Maar nog altijd wil ik daar niets van weten. Ik ga niet vluchten, en al helemaal niet voor bestuurders en politici die ruggengraatloos zijn, ons kwaadgezind zijn of het gevaar voor Joden bagatelliseren. Het CJO doet veel, in het openbaar maar ook achter de schermen. Ik kan niet ingaan op alle brieven en alle gesprekken met Halsema, Dijksma, Marcouch en Van Weel, met de politie, het Openbaar Ministerie en universiteitsbesturen. Het is een treurnis, en het is constant. Want te vaak ontbreekt het aan moed, moreel leiderschap en effectieve daadkracht om de spanningen daadwerkelijk te verminderen.

Gelukkig weten we elkaar als CJO en als gemeenschap, in de breedste zin des woords, steeds beter te vinden. Binnen het CJO is er geen gedonder: wij zitten op één lijn. Datzelfde geldt voor de drie kerkgenootschappen en de andere onderliggende Joodse organisaties. Bang zijn wij ook niet – we zijn vastberadener dan ooit, we hebben vechtlust en worden sterker.

De haters en lafaards krijgen ons niet klein. Niet alleen de Nederlandse Joodse gemeenschap is hechter geworden, ook de saamhorigheid in Israël is indrukwekkend. Vorig jaar mocht ik namens de Israëlische Ambassade een delegatie meenemen voor een bezoek aan maatschappelijke projecten van Keren Hayesod in heel Israël. Onze missie zou eindigen met de Pride. Maar toen barstte de twaalfdaagse oorlog uit, en in plaats van te feesten verbleven we een week langer dan voorzien, vooral in de schuilkelder. Ik ontmoette in die tijd Chris den Hoedt en zijn vrouw Ori, en Rachel Meijler en David Mock, die zich over ons ontfermden. Maar niet alleen de Nederlanders – ook het hotel in Tel Aviv, dat mensen opving van wie de huizen en appartementen door het Iraanse regime waren gebombardeerd. We werden samen een familie. De Nederlandse mannen met wie ik op reis was, zijn nu mijn beste vrienden. En onze hechte band is alleen maar hechter geworden, en wordt ook hechter met vrienden als David, als Judith en vele anderen.

Net voordat we vast kwamen te zitten door de Iraanse ballistische raketregen, bezochten we als groep Netiv HaAsara, een moshav op de grens met Gaza. Een gemeenschap die op 7 oktober hevig onder vuur kwam te liggen door terroristen, waar twintig inwoners, mensen die die ochtend nietsvermoedend waren opgestaan, in koelen bloede werden vermoord. We spraken een soldaat die het had overleefd en die zich buiten zijn diensttijd nu vrijwillig inzet voor de bewaking van de moshav. We zagen de kogelgaten in woningen. Netiv HaAsara ligt op de grens met Gaza, en we hoorden de knallen toen we voor een mozaïek stonden dat nog stamde van vóór 7 oktober en aangaf hoe vredelievend die plek was geweest en had moeten blijven: Netiv le'Shalom, Pad naar vrede. Een herinnering aan de droom die was en die mensen blijven zoeken.

Diezelfde dag bezochten we het terrein van het Nova-festival. Ook daar hoorde je op de achtergrond de knallen in Gaza. Toen ik op het festivalterrein uit de auto stapte, werd het me te veel. De honderden foto's, bloemen en tekenen van verdriet. We spraken een festivalganger die voor het eerst weer terug was, twee jaar na de gebeurtenissen van 7 oktober. Zijn verhaal was vreselijk: hij had het toevallig overleefd omdat hij in een auto was gestapt die de goede kant op ging. Zijn dierbare vrienden met wie hij naar het festival was gegaan, hebben het niet overleefd. Hij was zichtbaar kapot en emotioneel. Met hem daar op het festivalpodium te zitten en naar hem te luisteren, was een aangrijpende ervaring die mijn leven voorgoed heeft veranderd: ik was een trotse Jood, ik ben een trotse Jood, en meer dan ooit ook een trotse zionist.

Als modern-orthodoxe Jood ga ik nu ook vaker naar sjoel. Mijn sjoel is deze sjoel, de plek waar wij nu zitten. Ik voel me er thuis en zie dat de bezetting elke sjabbat groeit. De gemeenschap zoekt elkaar op en dat maakt ons leven sterker. Mensen die tijdens of na de dienst hun hart bij mij luchten en vertellen over wat hun kinderen meemaken. Studenten die het zat zijn om anti-Israëlische leugens aan te horen. Mensen die hun abonnement op NRC en de Volkskrant na decennia hebben opgezegd omdat ze de vooringenomenheid niet meer trekken, net als ikzelf trouwens. Carrièretijgers die hun baan zijn kwijtgeraakt omdat ze Joods zijn. Ik luister, we luisteren naar elkaar en geven steun waar het kan.

De afgelopen tijd, drie jaar na 7 oktober, hoor je in Nederland steeds meer mensen uit wanhoop roepen dat we harder moeten terugslaan: we moeten snelwegen bezetten, we moeten grote demonstraties organiseren. Maar Joden moeten slimmer zijn, slimmer dan al zij die ons haten. We zijn nu sterk en eensgezind. We zijn proactief, en al winnen we niet alle rechtszaken en leidt niet ieder gesprek met bestuurders tot concrete verbetering, achter de schermen gebeurt er veel. En dan heb ik het niet alleen over het CJO, maar zeker ook over de vele clubs en vrijwilligers, en in het bijzonder over Naomi Mestrum, David Beesemer en Yanki Jacobs.

Velen van ons weten inmiddels waar de obsessie met Israël in het publieke en politieke debat vandaan komt: het is een bliksemafleider, een tactiek om de problemen in onze eigen samenleving, die maar niet worden opgelost, te verdoezelen. De geschiedenis herhaalt zich iedere keer: de Joden zijn de boosdoeners. De zondebok voor het eigen falen.

Maar toch zijn er ook lichtpunten, misschien zelfs een langzame kentering. Ons huis is vorig jaar beklad met Palestijnse stickers. De politie neemt dit heel serieus, heeft geholpen bij het doen van aangifte en zorgt ervoor dat de poster met de foto van onze videodeurbel op politiebureaus wordt opgehangen. Sponsors van onder anderen Ed Sheeran dreigden zich terug te trekken omdat de activistische anti-Israëlische, zo niet anti-Joodse rapper Macklemore in Sheerans voorprogramma stond. Sheeran besloot daarom zijn programma aan te passen.

Maar wat me nog het meest geruststelt, is dat steeds meer Nederlanders moe zijn van polarisatie en steeds duidelijker onderscheid maken tussen legitieme maatschappelijke betrokkenheid en uitingen van Jodenhaat. Het aantal activisten dat nog naar demonstraties en sit-ins gaat, slinkt wekelijks. Door de bezetting van snelwegen en het kapen van demonstraties is de frustratie ook in deze groepen wel aanwezig. Wat heeft Palestina te maken met fossiele brandstoffen? Bij de laatste Amsterdam Pride was er maar één Palestijnse vlag: op de boot van het COC. Iedereen langs de kant sprak er schande van.

Omdat we elkaar als gemeenschap, samen met onze allies en vrienden, steeds vaker weten te vinden, worden wij sterker. Dat de kerkgenootschappen en de onderliggende organisaties er nu juist voor elkaar zijn, maakt ons slimmer. Ik ben ervan overtuigd dat we nu, na drie jaar van verdriet en strijd, naar een nieuwe fase gaan: slim en tactisch te werk gaan, waarbij we de wortel van het probleem goed aanpakken. We zijn immers steeds meer met elkaar verbonden.

Dus nee, opa: je krijgt geen gelijk. Ik ga niet weg uit Nederland. Dit is mijn thuis en hier blijf ik, tot ik de 120 haal.

Mijn familie, van wie een groot deel werd vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog, heeft mij geleerd dat Joods leven nooit vanzelfsprekend is, maar altijd de moeite waard is om voor te vechten.

Ook de 1.200 slachtoffers van 7 oktober mogen nooit worden vergeten. Hun herinnering verplicht ons niet tot angst, maar tot kracht. Niet tot terugtrekken, maar tot zichtbaar Joods leven.

Meer dan ooit geloof ik in onze gemeenschap. Wij zijn hechter, weerbaarder en vastberadener geworden.

Zoals de Makkabeeën meer dan tweeduizend jaar geleden hun identiteit verdedigden, zo zullen ook wij dat blijven doen. Met trots. Met waardigheid. En zonder angst.