Professor Marc van Berkel schreef eind november een opiniestuk in Trouw. In onderstaand addendum gaat hij nog eens uitgebreid in op zijn betoog en geeft een nadere uitleg. Van Berkel is hoogleraar Holocausteducatie aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een leerstoel die mede door het CJO is ingesteld.
Mijn ingezonden opinieartikel getiteld ‘Gaza toont de manco’s van Holocausteducatie’, dat in Trouw is verschenen, heeft veel positieve reacties opgeleverd. Met name collega’s die werkzaam zijn in het onderwijs, bij musea en herinneringsinstellingen en in de wetenschap steunen de strekking van mijn betoog. Mijn bedoeling was om met dit – licht polemische artikel – een bijdrage te leveren aan het maatschappelijk debat over de toekomst van educatie over de Holocaust.
Temporele relatie, geen causale relatie
De titel boven het artikel is gekozen door de redactie en die vond ik niet geslaagd. Het lijkt daardoor alsof de tekst een expliciete relatie legt met de gebeurtenissen van de afgelopen jaren in Gaza, terwijl dat niet met de strekking van mijn betoog overeenkomt. Ik had zelf ‘Holocausteducatie na Gaza’ voorgesteld, waardoor er alleen een temporele relatie (in de tijd) gelegd kan worden, en er geen causaal verband hoeft te worden gezien tussen het één (Holocausteducatie) en het ander (de Israëlische politiek in Gaza en de Westbank).
De duistere kanten van de Sjoa
Niettemin speelt er van alles en nog wat in de discussies rondom de conflicten in het Midden-Oosten, ook in het onderwijs. In ieder geval vinden veel docenten, studenten en leerlingen het moeilijk om de Israëlische regeringspolitiek te onderscheiden van de geschiedenis, en daar moet over nagedacht worden. Mijn belangrijkste stelling is dat in het onderwijs veel meer aandacht moet worden besteed aan de duistere kanten van de Sjoa, om zo niet alleen de vraag te kunnen beantwoorden waarom de Europese Joden het voornaamste slachtoffer werden van de vervolgingen, maar ook hoe het komt dat ‘gewone mensen’ zich zijn gaan inzetten voor en deelnemen aan zulke gruweldaden. Welke rol speelden individuen en groepen, maar ook bedrijven en organisaties in de vervolgingsgeschiedenis van het Derde Rijk? Wat was de invloed van propaganda, de bureaucratie of de erfenis van eeuwenoud antisemitisme? Hoe verliep het proces van genocide in de jaren dertig en veertig, en wat kunnen jongeren hiervan leren met betrekking tot huidige vormen van massageweld? Dat zijn vragen die m.i. belangrijke en betekenisvol zijn voor de toekomst. Deze vragen worden minder vaak gesteld, vanwege een westerse herinneringscultuur die vanaf de jaren tachtig de onderwijspraktijk is gaan domineren. Die herinneringscultuur heeft tot gevolg gehad dat er veel meer aandacht is gekomen voor Joods slachtofferschap, wat lange tijd werd veronachtzaamd. In de laatste jaren is daarnaast veel gepubliceerd over Joods verzet en over de continuïteit van Joods leven, vóór, tijdens en na de oorlog. De eerste decennia na de oorlog was er – ook in het onderwijs – nauwelijks aandacht voor wat de Joodse gemeenschap was overkomen; de ‘andere’ oorlogservaringen en de wederopbouw werden belangrijker geacht. Nu is het tijd om de focus te verwijden, en jonge mensen ook te leren waarom en hoe samenlevingen in korte tijd kunnen radicaliseren, en wat dat betekent voor de weerbaarheid van burgers, en van rechtstaat. Daartoe dienen jongeren meer inzicht te krijgen in de motieven van daders van massageweld, juist omdat vooroordelen, stereotypen, discriminatie van verschillende minderheden lijken toe te nemen in tijden van politieke instabiliteit.
Minstens even belangrijk, of zelfs belangrijker
De door mij geciteerde Indiase publicist Pankaj Mishra stelt dat de wereldwijde protesten tegen de Israëlische Gaza-campagne duidelijk maken dat de ‘overgrote meerderheid van de wereldbevolking’ de Shoah niet langer als de belangrijkste gebeurtenis van de afgelopen honderd jaar beschouwt. Zij vinden volgens hem dus de geschiedenis van kolonialisme en slavernij en het daaruit voorvloeiende racisme minstens even belangrijk, of zelfs belangrijker. Mishra is niet de enige die dat vindt; veel niet-westerse onderzoekers en publicisten betogen al veel langer dat die geschiedenissen meer aandacht verdienen. Dat raakt soms vermengd met kritiek op Israël, die door sommige jongeren als verlengstuk van de westerse koloniale macht in het Midden-Oosten wordt gezien. Het feit dat een deel van de niet-westerse wereldbevolking ook andere dingen dan de Shoah relevant vindt komt mede door de economische, politieke en sociale emancipatie van deze regio’s in de afgelopen 30-50 jaar, zoals Ruben Vis terecht stelde. Daarmee groeit de behoefte aan aandacht voor misstanden die in dat deel van de wereld hebben plaatsgevonden, en nog steeds plaatsvinden.
Mijn stuk gaat dus niet over Gaza of de relatie van Israël met de Shoah, maar over de betekenis van Holocausteducatie voor jonge mensen.
De erfenis van de Tweede Wereldoorlog ontstegen
In veel westerse landen heeft de Shoah een heel belangrijke morele, historische en emotionele status gekregen, die de erfenis van de Tweede Wereldoorlog ontstegen is. Heel kort gezegd: oorlogen komen en gaan, maar de poging tot (industriële) vernietiging van een hele bevolkingsgroep in het hart van het ‘beschaafde’ Europa massamoord wordt als ‘uniek’ beschouwd. Mijn stelling in het stuk is ook dat dit een ‘gecreëerde’ Holocaust-herinneringscultuur heeft opgeleverd, die in de VS is ontstaan en zich heeft uitgebreid naar Europa en andere regio’s. Dat is een belangrijke doorbraak geweest, maar het onderwijs vernieuwt zich keer op keer. We moeten – in de context van de Holocaust – ook aandacht besteden aan menselijk gedrag, hoe verschrikkelijk ook. Als we daders afschilderen als niet-menselijk, krijgen we geen inzicht in hun motieven, en dat is nodig om e.e.a. beter te begrijpen. Nazi’s werden heel lang voorgesteld als ideologische fanatici en psychopaten; inmiddels weten we wel beter.
Niet over Gaza
Mijn stuk gaat dus niet over Gaza of de relatie van Israël met de Shoah, maar over de betekenis van Holocausteducatie voor jonge mensen. De conflicten in het Midden-Oosten hebben – zo lijkt het – de discussie over de relatieve betekenis van de Shoah in een stroomversnelling gebracht. De emancipatie van niet-westerse regio’s betekent ook meer aandacht voor andere genocides, misdaden tegen de menselijkheid en andere vreselijkheden in de geschiedenis, bijvoorbeeld in het kader van het kolonialisme.