AANKONDIGING NATIONALE KRISTALLNACHTHERDENKING

 

 

Het Centraal Joods Overleg organiseert ook dit jaar de Nationale Kristallnachtherdenking op 9 november a.s. in de Portugese Synagoge aan het Mr. Visserplein te Amsterdam. De bijeenkomst vindt plaats van 17.00-18.00 uur.

Aansluitend is een kranslegging op de binnenplaats van de Hollandsche Schouwburg.

Voorzitter van de Tweede Kamer Khadija Arib is gastspreker.

Programma

 

Alfie de Vries Namens de Joodse Jongeren
Gesprek tussen Rolf Kamp en Wil Parijs Rolf Kamp was getuige van de Kristallnacht
Khadija Arib Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal
Ron van der Wieken Voorzitter Centraal Joods Overleg

 

Deze avond zal gepresenteerd worden door Sarai Mock en wordt muzikaal omlijst door André Felipe Lima en het orkest van Concertino.

Wij verzoeken u ons vóór 25 oktober a.s. te laten weten of u komt via info@cjo.nl. Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met ons kantoor op info@cjo.nl of telefoonnummer 020-3018496

Op 9 november 1938 vond in nazi-Duitsland de Kristallnacht plaats. Daarbij werden meer dan 1500 synagogen vernield, 400 joden vermoord en grofweg 30.000 Joodse mannen werden naar concentratiekampen gedeporteerd. Ook Joodse huizen, scholen, begraafplaatsen en ziekenhuizen moesten het ontgelden.

Zoals we op 27 januari stilstaan bij de bevrijding van Auschwitz als het fysieke einde van de Shoa, hopen we deze avond op een waardige en respectvolle manier stil te staan bij de verschrikkingen die in 1938 de opmaat hiervan zouden vormen.

Het Centraal Joods Overleg herdenkt de Kristallnacht om blijvend te waarschuwen tegen elke vorm van antisemitisme en racisme in onze samenleving. Zowel in Nederland als elders. Wij willen dat alle burgers in ons land vreedzaam, respectvol en zonder discriminatie kunnen samenleven. Door stil te staan bij de Kristallnacht, willen we het signaal afgeven alert te blijven. Voor antisemitisme en racisme mag nooit plaats zijn.

Nederland moet EU-definitie van antisemitisme overnemen

De twijfelachtige uitlatingen van politieke partij Denk laten weer eens zien hoe noodzakelijk het is dat er een duidelijke, wettelijke afbakening komt tussen legitieme kritiek op Israël en antisemitisme.

De partij Denk staat zeker niet bekend als vriend van Israël. Zo weigerde fractievoorzitter Kuzu om premier Netanyahu bij zijn bezoek aan de Tweede Kamer de hand te schudden omdat hij een oorlogsmisdadiger zou zijn, verwijst Denk naar de vermeende lange arm van Israël en pleit het bij herhaling voor sancties tegen Israël. Naar onze mening weliswaar zorgelijk maar hun goed recht.

Het wordt echter problematischer op het moment dat Denk in zijn argumentatie gebruik maakt van een dubieuze dubbele standaard (op schitterende wijze blootgelegd door Arjen Lubach) of wanneer kandidaat kamerlid Ali Tsouli op de proppen komt met een verbijsterende complottheorie waarin IS een product van Israël blijkt te zijn en IS-leider Al-Baghdadi eigenlijk een agent van de Mossad is. Uitingen die in ieder geval volgens de door de EU aangenomen werkdefinitie van antisemitisme als antisemitisch bestempeld moeten worden.

In bovenstaande gevallen zal Denk ongetwijfeld stellen dat het gaat om ‘legitieme’ kritiek op Israël. Helaas zijn er ook voorbeelden waar Denk de schijn van antisemitisme zónder het voorwendsel van anti-Israëlisme of antizionisme niet weet te vermijden.

Afkomst

Zo werd er tijdens de afgelopen verkiezingscampagne een bericht door Denk-aanhangers verspreid waarin werd opgeroepen niet op de PvdA te stemmen omdat Ahmed Marcouch ‘en andere Marokkaanse Joden’ instemden met de verlaging van uitkeringen naar Marokko en daarmee ‘verraders van de gemeenschap’ zouden zijn. Bij een debat over werkgelegenheid vond Ozan Öztürk het nodig te verwijzen naar de Joodse achtergrond van Lodewijk Asscher: ‘Hoe kan het nu zijn dat deze minister, met die afkomst, accepteert dat mensen hun afkomst, hun naam en hun religie aan de kant moeten zetten om een baan te krijgen.’

Sinds vorige week dinsdag kan hier een nieuw voorbeeld aan toegevoegd worden toen diezelfde Öztürk de volgende zin uitsprak: ‘Aan de andere kant proberen we hier de lange arm van Israël en de Joden eruit te hangen in de Kamer…’
Lees Verder →

Save the date: 9 november Kristallnachtherdenking

Ook dit jaar zal het Centraal Joods Overleg op 9 november de Nationale Kristallnachtherdenking in de Portugese synagoge in Amsterdam organiseren.

Tijdens de herdenking zullen sprekers namens de politiek, Joods Nederland en de (Joodse) jongeren een toespraak houden. Tevens zal er een ooggetuige geïnterviewd worden en een en ander muzikaal omlijst worden.  Hierna zal er in de Hollandsche Schouwburg een kranslegging plaatsvinden.

Zoals we op 26 januari stilstaan bij de bevrijding van Auschwitz als eind van de Holocaust, hopen we op deze manier op een waardige en respectvolle manier stil te staan bij de verschrikkingen die in de nacht van 9 november 1938 de opmaat zouden zijn voor de Shoa.

Omdat wij het belangrijk vinden dat er, zeker in deze tijd van toenemend antisemitisme,  ook nu nog wordt stilgestaan bij hetgeen destijds heeft plaatsgevonden, verzoeken wij u 9 november vrij te houden zodat u deze avond aanwezig kunt zijn.

Op een later tijdstip zullen wij naar buiten treden met meer informatie betreffende de precieze aanvangstijd, sprekers en andere relevante zaken.
Wij hopen u 9 november bij onze herdenking welkom te kunnen heten.

Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met ons kantoor op telefoonnummer 020-3018496 of het emailadres info@cjo.nl

Aangifte CJO tegen BDS-Rotterdam

Voor niet iedereen is de scheidslijn tussen kritiek op Israël en antisemitisme, het aanzetten tot haat en groepsbelediging even duidelijk. Zo ook tijdens de demonstratie die BDS-Rotterdam op 22 juli in Rotterdam organiseerde tegen het plaatsen van detectiepoortjes bij de Tempelberg in Jerusalem.

Tijdens deze demonstratie, die door het aan terreurorganisatie Hamas gelieerde persbureau Shebab News Agency live werd uitgezonden, werd door demonstranten de leus Khaybar, Khaybar, ya yahud, Jais Muhammad, sa ya’ud gescandeerd. Vrij vertaald: Joden, herinner je Khaybar, het leger van Mohammed keert terug. Een verwijzing naar de slag bij Khaybar waar het leger van Mohammed volgens de overlevering  een Joodse stam uitmoordde.  Deze leus wordt vandaag de dag gezien als dreigement tegen Joden, aansporing tot ontvreemding van Joods bezit en een oproep tot geweld tegen Israël en tot de vernietiging van het Jodendom.

Het moge dan ook duidelijk zijn dat een dergelijke leus met de beste wil van de wereld niet slechts gezien kan worden als kritiek op Israël maar een overduidelijk voorbeeld is van virulent antisemitisme. Het is dan ook hierom dat het Centraal Joods Overleg vandaag aangifte heeft gedaan tegen zowel de organisatoren van deze demonstratie als diegenen waarvan wij op beeld hebben dat ze deze leus scanderen.  Wij hopen dan ook dat, in navolging van België, het openbaar ministerie zal overgaan tot vervolging en veroordeling.

Het zijn dit soort voorbeelden waarom het Centraal Joods Overleg er groot voorstander van is  dat de definitie van antisemitisme die onlangs door de Europese Unie is aangenomen, ook in Nederland juridische status krijgt. Wij betreuren het dan ook ten zeerste dat het demissionair kabinet onlangs heeft laten weten dit niet van plan te zijn.

Maror (COM) zoekt 3 nieuwe bestuursleden

COM, Stichting Collectieve Maror-gelden Nederland, houdt zich bezig met het beheer en de verdeling van het private gedeelte van de Joodse oorlogstegoeden bestemd voor collectieve doelen binnen de Joodse gemeenschap in Nederland en verstrekt subsidies uit die tegoeden. De stichting is  op zoek naar 3 nieuwe bestuursleden.

Meer informatie vind u op de link http://www.maror.nl/sites/www.maror.nl/files/documenten/maror_vacature_bestuursleden.pdf.

Aangifte Centraal Joods Overleg tegen Haags gemeenteraadslid Khoulani

Het CJO heeft besloten aangifte te doen tegen het Haags gemeenteraadslid Khoulani.

Aanleiding hiervoor waren de uitspraken waarin hij een groep Israëlische kinderen  uitmaakte voor ‘zionistische terroristen en toekomstige kindermoordenaars’.  In een latere verklaring neemt Khoulani zijn woorden niet alleen niet terug maar spreekt hij zelfs van een complot tussen ‘de zionisten’ en Adolf Hitler.

In tegenstelling tot de heer Khoulani is het CJO weldegelijk van mening dat hier sprake is van antisemitisme en voelt zich hierin gesterkt door de definitie die onlangs door het Europees Parlement is aangenomen.

CJO reageert op antisemitische uitingen Khoulani raadslid Den Haag

Abdoe Khoulani, Haags raadslid voor de Partij van de Eenheid, noemde Israelische scholieren op bezoek in Den Haag “toekomstige kindermoordenaars” en “zionistische terroristen in wording”. Deze uitspraak is volgens de op 1 juni  j.l. door de EU aangenomen werkdefinitie van antisemitisme een hedendaagse vorm van het klassiek antisemitische bloedsprookje uit de middeleeuwen.

Dit is niet de eerste keer dat hij over de schreef gaat. In 2014 schreef Khoulani  “Leve Isis!”, op zijn Facebookpagina.

Khoulani wordt blijkbaar volledig verblind door een buitengewoon fanatiek Islamistisch chauvinisme: hij haat alles wat Joods is, zelfs kinderen die nog nooit iemand iets misdaan hebben,  en kan geen woord van kritiek over zijn lippen krijgen jegens de ongelooflijke misdaden die moslims, waaronder ook kinderen,  jaar in jaar uit in de allereerste plaats tegen elkaar bedrijven. Hij noemt een stel Joodse kinderen  moordenaars en tegelijkertijd verheerlijkt hij het zich in  bloed rondwentelende  IS.

Op de website van de Partij van de Eenheid vermeldt Khoulani dat hij streeft naar een samenleving op basis van wederzijds respect en begrip en dat hij zich inzet voor een  omgeving zonder haat en geweld.

Lees Verder →

Reactie CJO op artikel NIW – Plafond

Als reactie op het artikel in het NIW, Plafond

Het CJO is het met mevrouw Voet eens. Het zou mooi zijn als er meer vrouwelijke bestuurders plaats zouden nemen in ons bestuur.

Van een onderzoeksjournalist mag verwacht worden dat hij of zij weet hoe de vork in de steel zit. Mevrouw Voet had best iets dieper mogen graven voordat zij oordeelt. Het CJO is een vereniging van samenwerkende Joodse organisaties. Deze organisaties wijzen zelf uit hun hoogste bestuursorgaan een vertegenwoordiger aan voor het bestuur van het CJO. Het is jammer dat mevrouw Voet dit niet weet, of wenst te noemen in haar artikel. Maar om in de lijn te blijven van haar oproep, we zouden vrouwelijke bestuurders van harte welkom willen heten in het bestuur van het CJO.

De banalisering van de Holocaust

Onderstaand opiniestuk werd namens het CJO aangeboden aan het NRC en de Volkskrant maar niet geplaatst. 

 

De situatie in de Griekse vluchtelingenkampen is gelijk aan de concentratiekampen. Wat er in de bio-industrie gebeurt is een Hedendaagse Holocaust. Trump en Wilders zijn de Hitlers van deze tijd.

Wanneer opiniemakers duidelijk willen maken  hoe  kwalijk iets of iemand is, is het tegenwoordig   gangbaar om je te bedienen van wat in de volksmond een godwinnetje wordt genoemd; de Holocaust wordt erbij gehaald.  Zo sloeg deze week een raadslid uit Oldenbroek een uitnodiging voor een debat over de islam af vanwege ‘de gele ster sfeer’ van de poster. En dan spreken we nog niet eens over de schandalige, en volgens de werkdefinitie van de Europese Unie antisemitische, wijze waarop criticasters van Israël het beleid van de Israëlische overheid regelmatig gelijk stellen aan dat van de nazi’s.

Nog afgezien van de vraag of dergelijke vergelijkingen het beoogde effect hebben  – ze komen veelal over als een kleuter die stampvoetend zijn  gelijk wil krijgen- gaan ze natuurlijk volledig mank. Hoe schrijnend de situatie van sommige vluchtelingen ook moge zijn, er is geen beleid om ze uit te roeien. Noch worden vluchtelingen systematisch van hun bezittingen beroofd of hun identiteit vervangen door een getatoeëerd kampnummer. Natuurlijk mag je vraagtekens zetten bij de goede smaak van een poster met de afbeelding van een bom voor een discussieavond over de islam. Dat is echter zo fundamenteel anders dan het openbaar identificeren en uitsluiten van een bevolkingsgroep als opmaat voor deportaties en uitroeiing, dat de vergelijking niet alleen niet opgaat maar ook belachelijk, absurd en kwetsend is.

Natuurlijk kun je alles met alles  vergelijken, maar het is ook belangrijk om stil te staan bij de lading en connotatie van vergelijkingen. De vaststelling dat Hitler vegetariër was is feitelijk correct. Toch is het logisch dat iemand als Marianne Thieme er niet van gediend zal zijn met Hitler vergeleken te worden.

Dergelijke vergelijkingen overdrijven niet alleen hedendaagse problematiek, ze  bagatelliseren tegelijkertijd het gruwelijke en unieke karakter van de Holocaust. Een fatsoenlijk mens denkt wel twee keer na voordat hij een Godwin poneert.

Terwijl de Holocaustvergelijkingen ons in deze maand van herdenken om de oren vlogen,  laaide, schijnbaar ongerelateerd, de discussie weer op wie en wat er precies tijdens de Nationale Dodenherdenking herdacht dient te worden. Waar deze zich aanvankelijk richtte op de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, wordt intussen ook bij de Nederlandse slachtoffers van oorlogssituaties en vredesmissies stilgestaan. Als het aan sommigen ligt wordt dit in de toekomst nog veel verder opgerekt.    Zo  blijkt een Dordts museum  in  de lijst ter nagedachtenis aan de lokale oorlogsslachtoffers  ook de namen van SS-ers opgenomen te hebben. Zowel de vaststelling dat deze slachtoffers mede verantwoordelijk waren voor de 203 vermoordde Dordtse Joden die ook op de lijst staan als de kritiek vanuit lokale Joodse organisaties, bleken onvoldoende aanleiding om nog eens goed naar de gepastheid van deze lijst te kijken.

Natuurlijk staat het iedereen vrij om te herdenken wie en wat hij wil. Het Centraal Joods Overleg is echter van mening dat wanneer slachtoffers, daders, Nederlanders en buitenlanders allemaal op één hoop worden gegooid, er een ongewenste verloedering  plaatsvindt. Zoals het CJO zich in het verleden krachtig heeft uitgesproken tegen deze nivellering van de Nationale Dodenherdenking,  zal ze dat in de toekomst zeker blijven doen.

Deze twee ontwikkelingen hebben één ding gemeen. Beide lijken vooral een trivialisering van een vreselijke episode in de recente  geschiedenis voor goedkoop, emotioneel gewin en getuigen daarmee van weinig fatsoen. Een beetje zelfbeheersing, wellicht door ook hier even twee minuten stil te staan voordat men tot actie overgaat,  zou op zijn plaats zijn.

Reactie CJO op commotie Nationale Dodenherdenking

Zo zeker als het is dat er op 4 mei om acht uur 2 minuten stilte in acht wordt genomen, zo zeker lijkt het dat diezelfde dodenherdenking gepaard gaat met een jaarlijks relletje.  Zo is er dit jaar het plan van Rikko Voorberg om, juist op deze dag,  met behulp van 3000 papieren kruisen stil te staan bij de vluchtelingen die onderweg naar Europa het leven lieten.  Sinds Voorberg met dit op het eerste gezicht sympathieke voorstel kwam, is in Nederland de discussie over wat er wel en niet herdacht dient te worden weer flink opgelaaid.

Hoewel het Centraal Joods Overleg een overtuigd  tegenstander is van de nivellering van de Nationale Dodenherdenking, hebben wij er in eerste instantie bewust voor gekozen in deze kwestie niet naar buiten te treden. Ook al zijn er 364 dagen dat  Voorbergs  initiatief niet zou neerkomen op smakeloos en opportunistische misbruik  van de Nationale Dodenherdenking.  Er is nota bene op 20 juni een Internationale Dag van de Vluchteling!

De reden dat wij niet naar buiten zijn getreden, is dat, hoe ongepast het voornemen van Voorberg ook moge zijn, hij hier niemand kwaad mee doet noch anderen belet om op hun manier te herdenken.  Als de heer Voorberg ervoor kiest om om acht uur de merendeels Islamitische omgekomen vluchtelingen te herdenken middels 3000 Christelijke symbolen, is dat zijn goed recht. Ook dat is onderdeel van de vrijheid waar we in deze dagen bij stilstaan en waar menig held zijn leven voor heeft gegeven.

Het Centraal Joods Overleg betreurt het dan ook dat er de afgelopen dagen diverse personen en organisaties zich impliciet hebben opgeworpen als een soort spreekbuis voor Joods Nederland om dit initiatief te veroordelen en zelfs op te roepen tot een verbod. Uitsluitend het CJO heeft het mandaat om namens georganiseerd Joods Nederland te spreken, terwijl deze personen en organisaties dat niet hebben. Het staat  Voorberg vrij – hoe ondoordacht en verward ook-  te herdenken zoals hij dat wil zolang dit andere herdenkingen niet verstoort. Het CJO had liever gezien dat anderen het voortouw in deze futiele kwestie hadden genomen en commentaar vanuit Joodse hoek achterwege was gebleven.