Uitnodiging Jom Hasjoa-herdenking

In 1962, toen de tot monument verbouwde resten van de voormalige Hollandsche Schouwburg op 4 mei voor het eerst in gebruik werd genomen als Monument voor de Nationale Dodenherdenking en de toenmalig burgemeester van Amsterdam, Mr. G. van Hall, de herinneringsvlam ontstak, vonden vele Joden in Nederland deze plek nog te beladen om samen te komen en te herdenken. Nadat Jacques Presser in 1965 koos om juist hier zijn boek “Ondergang” te presenteren, namen Joodse jeugdorganisaties het initiatief  de jaarlijkse Joodse herdenking van de Jodenvervolging, de Sjoa, de Jom Hasjoa-herdenking, die al sinds 1946 elders werden georganiseerd, nu wel te organiseren in de Hollandsche Schouwburg. Joodse jeugdorganisaties spelen nog steeds een belangrijke rol in de ceremonie. Tijdens de plechtige bijeenkomst waarvan de Hebreeuwse datum samenvalt met de opstand in het getto van Warschau, worden wereldwijd de joodse slachtoffers van de nazi – terreur herdacht.

In 2017, op maandagavond 24 april 2017 / 27 Nissan 5777 om 19.00 uur precies, wordt op de binnenplaats van de Hollandsche Schouwburg, Plantage Middenlaan 24 te Amsterdam (1018 DE) de Jom Hasjoa herdenking georganiseerd voor de gehele joodse gemeenschap in Nederland, in al haar diversiteit.

Graag nodigen wij u uit hierbij aanwezig te zijn. Wij stellen het buitengewoon op prijs indien u persoonlijk getuige zou willen zijn van dit voor ons allen zo bijzondere moment. Wij hopen daarom zeer op uw aanwezigheid bij de Jom Hasjoa herdenking in 2017.

 

Brief aan burgemeester Aboutaleb na aanleiding van “Hamasconferentie’

Aan Burgemeester Ir. A. Aboutaleb

Voorzitter van het College van B&W te Rotterdam

Rotterdam, 31 januari 2017.

 

Geachte Burgemeester,

Donderdag aanstaande zal in de Gemeenteraad een debat plaatsvinden over de “Palestinian in Europe Conference” die in onze Doelen op 15 april 2017 zal worden gehouden.

Ondergetekende maakt zich mede namens lokale en nationale joodse kerkgenootschappen ernstig zorgen over toenemend antisemitisme in ons land en dus ook in Rotterdam. Blanke autochtone Nederlanders laten zich steeds meer openlijk antisemitisch uit. Onlangs vernam ik onder meer uit de eerste hand dat een joodse docent bij een Rotterdamse onderwijs-instelling ernstig wordt gediscrimineerd door witte Nederlandse collega’s en dat deze persoon dit niet aanhangig durft te maken uit angst voor ontslag. De indruk is ontstaan dat het uiten van openlijke haat naar Moslims een vrijbrief is om zich ook antisemitisch te uiten. Antisemitisme, zo weet men, is niet weggeweest maar openlijk bedrijven hiervan is een opkomend fenomeen. Zowel moslimhaat als jodenhaat bedreigen onze maatschappij.

Reactie op antisemitisme tijdens de Apeldoornse Vredesweek

Het CJO heeft kennis genomen van de antisemitische uitingen tijdens de vredesweek in Apeldoorn, die op poten is gezet door organisaties die gelieerd zijn aan de Protestantse Kerk Nederland (PKN) .

Allereerst zijn wij van mening dat de vermeende uitlatingen waarin a) gesteld wordt dat Israël een racistische staat is b)  het bestaansrecht van Israël (als Joodse staat) ontkend wordt en c) Palestijnse jihadisten vergeleken  worden   met verzetsstrijders tijdens de Tweede Wereldoorlog zonder meer antisemitisch zijn.  Als leidraad hiervoor hanteren wij de werkdefinitie van de Europese Unie. Deze definitie,  die door 31 landen onderschreven wordt, stelt glashelder dat er (onder andere) sprake is van antisemitisme als er paralellen worden getrokken tussen de hedendaagse Israëlische politiek en die van de nazi’s of als het recht op zelfbeschikking van het Joodse volk ontkend wordt, bijvoorbeeld door te stellen dat de staat Israël op racisme is gebaseerd.

De woorden van Eddy Anneveldt  richting de heer Fürstenberg dat door hem zijn beeld van Joden er niet bepaald beter op geworden is, raken de kern van generalisatie en daarmee discriminatie en antisemitisme.  Dat het gehele Joodse volk verantwoordelijk gehouden wordt voor de uitlatingen van één Jood is net zo onzinnig als dat de woorden van Anneveldt aanleiding  zouden zijn voor Joden om hun beeld van alle niet-Joden bij te stellen.

Omdat dit niet de eerste keer is dat organisaties die onderdeel van het PKN uitmaken negatief in het nieuws komen vanwege dergelijke standpunten, zal het CJO over deze kwestie in overleg gaan met de PKN.

 

Update: naar aanleiding van het gesprek tussen de organisatie van de Apeldoornse Vredesweek en de heer Fürstenberg is men met de volgende verklaring gekomen:

In Apeldoorn is de afgelopen maanden een conflict ontstaan tussen enerzijds vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap en anderzijds organisatoren van de Vredesweek. Aanleiding zijn uitspraken die tijdens de Vredesweek in september 2016 zijn gedaan tijdens een lezing in de Lutherse kerk. Ondergetekenden zijn daarop met elkaar in gesprek gegaan om na te gaan of herstel van de relatie mogelijk is.

Uitspraken van de omstreden lezing door de heer Kees Blok over Israël en Palestina zijn besproken. Ondergetekenden zijn het met elkaar eens dat de volgende uitspraken zijn gedaan door de heer Blok:

  • Gebruik van de term ‘Joods ras’
  • De suggestie dat als er meer was gesproken met Himmler in de Tweede Wereldoorlog de Shoah (vernietiging van de Joden) minder erg had uitgepakt
  • De Palestijnse jihadisten zijn te vergelijken met de geuzen en onze verzetsstrijders in WOII

Volgens de definitie van antisemitisme die het Europees Parlement (http://www.antisem.eu/projects/eumc-working-definition-of-antisemitism/) hanteert, zijn dit antisemitische uitlatingen, en vallen ze niet onder legitieme kritiek op de staat Israël. Ondergetekenden nemen daarom met kracht afstand van deze antisemitische uitlatingen.

De organisatoren van de Vredesweek hechten eraan te onderstrepen dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de invulling van de diverse thema-avonden tijdens de Vredesweek, maar betreuren wel dat de heer Fürstenberg hieraan is blootgesteld terwijl hij vooraf voor deze spreker heeft gewaarschuwd. Tijdens de lezing is er niet ingegrepen door de daarbij aanwezige organisatoren van de Vredesweek. Er is daarom afgesproken dat in de toekomst zorgvuldig wordt gekeken naar samenkomsten (gastsprekers, format, gespreksleiders, etc.) in de Vredesweek, zodat een herhaling van het bovenstaande niet meer voorkomt. Bovendien wil de organisatie van de Vredesweek volop aandacht geven aan antisemitisme de komende tijd.

De heer Anneveldt, voorzitter van de Kerngroep Vredesweek, erkent dat hij in het heetst van de strijd een generaliserende uitspraak over zijn beeld van Joden heeft gedaan, en neemt dit terug. Tevens voelt hij zich als voorzitter van de Vredesweek extra verantwoordelijk om een dergelijke lezing in de toekomst te voorkomen. De heer Fürstenberg heeft aangegeven dat hiermee de kous af is, dat hij de heer Anneveldt niet antisemitisch vindt, en dat hij uitziet naar een vruchtbare samenwerking in de (nabije) toekomst.

Eddy Anneveldt, voorzitter Kerngroep Vredesweek Apeldoorn

Erwin van der Bij, lid Kerngroep Vredesweek Apeldoorn

Tom Fürstenberg, voorzitter Stichting Joods Apeldoorn

 

Reactie CJO op de antisemitische spreekkoren bij FC Utrecht

Het Centraal Joods Overleg (CJO) heeft met  weerzin kennis genomen van de antisemitische uitingen door een deel van de (vermeende) supporters van FC Utrecht.

In een tijd waarin de campagne ‘Voetbal is van iedereen, zet een streep door discriminatie’ gelanceerd werd, het aantal antisemitische incidenten in Nederland toeneemt en antisemitische spreekkoren uitwaaieren naar andere segmenten van de samenleving, betreuren wij dat de scheidsrechter niet adequaat heeft ingegrepen. Niettemin hebben wij er vertrouwen in dat de KNVB en de openbare aanklager zowel nu als in de toekomst er alles aan doen om hun vorig jaar aangekondigde beleid van snel en kordaat optreden bij discriminerende spreekkoren gevolg te geven.

Het CJO waardeert de wijze waarop de clubleiding van FC Utrecht afstand heeft genomen van deze uitingen maar is verbaasd over de verontwaardigde reactie van de supporters van FC Utrecht.  In plaats van de spreekkoren te veroordelen en excuses aan te bieden, wordt naar anderen gewezen. Net zomin als een inbreker zich ter  verdediging kan beroepen op andere niet bestrafte inbraken, ontslaan kwetsende spreekkoren door andere supporters de fans van FC Utrecht niet van de eigen verantwoordelijkheid. Zeker gezien de geschiedenis met antisemitische incidenten had het de supporters gesierd als ze de hand in eigen boezem hadden gestoken.

Het CJO is dan ook verbaasd  over de wijze waarop de NOS afstand heeft genomen van haar berichtgeving. De genoemde context van Ajacieden die zich als Joods profileren mag nooit als vrijbrief gezien worden om je antisemitisch te uiten. Wat ons betreft is er dan ook slechts sprake van selectieve verontwaardiging bij de wijze waarop een deel van de supporters slechts naar anderen wijzen.

Het CJO zal zich blijven inzetten om een einde te maken aan antisemitische, discriminerende en andere ongewenste uitingen tijdens voetbalwedstrijden.

gesprek CJO met Ali B naar aanleiding van lied “Dat is Money”

bron: alib.nl

bron: alib.nl

Ron van der Wieken, voorzitter van het CJO heeft namens het CJO  contact gezocht met Ali B naar aanleiding van het nummer “Dat is money” met hierin de tekst: ”Maar ik ben op me money als een jew, Dus ik deporteer ze even naar wat ballers uit de hood”. Ron van der Wieken heeft aangegeven dat deze tekst berust op een eeuwenoud vooroordeel dat Joden heel veel kwaad heeft gedaan en nog steeds doet.

Ali B. geeft in zijn reactie aan dit alles geenszins zijn bedoeling was geweest. Het was niet zijn intentie om Joden te beledigen. Hij bedoelde zijn gewraakte opmerking veeleer als een compliment: “joden zijn slim en ik geef nu als moslim aan dat ik die Joodse eigenschap ook heb”. Ron van der Wieken gaf aan dat een dergelijk “compliment” gemakkelijk verkeerd begrepen kan worden en –ook als het door Ali niet zo bedoeld is- open staat voor misbruik.

Ali B. toonde begrip voor het standpunt van het CJO. Het speet hem zeer dat een dergelijk misverstand in het leven is geroepen en hij gaf nogmaals aan dat hij in het geheel  geen anti-joodse gevoelens koestert. Hij had uit de kringen van zijn fans ook geen antisemitische reacties gehad. Daarbij geeft hij ook aan dat hij sterk voorstander is van toenadering tussen Moslims en Joden.

Het gesprek verliep in een rustige en respectvolle sfeer.

Ron van der Wieken geeft als zijn mening dat er hier geen sprake is van antisemitisme en dat verwijten in die zin dan ook niet op hun plaats zijn. Wel heeft Ali B. door gebrek aan kennis van de geschiedenis op een heel verkeerde en zelfs wat bizarre wijze gebruik gemaakt van een buitengewoon hardnekkig vooroordeel ten opzichte van Joden (een vooroordeel dat op zich zelf niet antisemitisch is maar daar wel een bouwsteen van kan zijn). Ali B. heeft zijn spijt daarover betuigd.

Het incident toont nog eens aan hoe noodzakelijk zeer goed onderwijs op het gebied van antisemitisme en discriminatie is.

Het CJO wijst de onbenullige en ordinaire reactie van Federatie Joods Nederland ten enenmale af. Waar bij het CJO de voornaamste Joodse kerkgenootschappen en organisaties  aangesloten zijn, en het daarmee als centraal aanspreekpunt voor media en politiek geldt, is dit  voor FJN geenszins het geval. Uitlatingen namens het FJN moeten dan ook op geen enkele wijze beschouwd worden als afspiegeling van de mening van Joods Nederland noch moet FJN op welke wijze dan ook bezien worden als spreekbuis voor Joods Nederland.

Het incident is wat betreft het CJO gesloten.

CIDI en CJO zetten met de KNVB “een streep door discriminatie”

CJO en CIDI bij KNVB aftrap streep door discriminatie

Op woensdag 14 december vond in de Kuip in Rotterdam de aftrap van de campagne ‘Voetbal is van iedereen, zet een streep door discriminatie’ plaats.

Een initiatief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de KNVB waar ook het CIDI en het CJO nauw bij betrokken waren. Bij deze aftrap waren onder andere Van Praag, Seedorf en staatsecretaris van Rijn aanwezig.

De boodschap is niet zozeer bedoeld om degene aan te spreken die discrimineren, maar verenigt juist de 99% normale voetballiefhebbers die het ook zat zijn geassocieerd te worden met kwetsende en discriminerende uitingen in het voetbal. Door een koppeling te maken tussen de campagne van de rijksoverheid en de verbindende kracht van voetbal versterken we de eensgezindheid in het voetbal.

Als u ook ‘een streep door discriminatie’ wilt zetten kunt u op www.knvb.nl/discriminatie een petitie tekenen waarmee u aangeeft dat iedereen, ongeacht huidskleur, religie of seksuele voorkeur, zich welkom moet voelen in het voetbal.

Toespraak Ron van der Wieken tijdens de Kristallnachtherdenking

IMG_0185.01

Geachte aanwezigen,

Vanavond herdenken wij de Kristallnacht. Op 9 november 1938, precies 78 jaar geleden vond iets gruwelijks plaats, een pogrom in heel Duitsland met veel doden en gewonden en enorme schade. Die nacht ontdeed Nazi-Duitsland zich van zijn masker en maakte het, openlijk en onbeschaamd, een begin met de vernietigingsoorlog tegen de Joden. Gewone, gezagsgetrouwe burgers, onvoorbereid en onbewapend en meestal weerloos. Vluchten was vrijwel onmogelijk, ook doordat bijna geen land ter wereld Joden wilde opnemen. Ook Nederland niet. Velen hadden kunnen overleven, hun leven kunnen uitleven, in plaats van slachtoffer te worden van één van de allergrootste massamoorden in de geschiedenis van de mensheid. Als er toen een vrije en onafhankelijke Joodse staat was geweest.  Als Israël toen had bestaan.

Maar dat was niet zo, en de afloop is u allen bekend.

Het is vandaag 78 jaar geleden. Een mensenleeftijd. De vraag rijst: moeten we dit zolang nadien nog herdenken? De wereld heeft sindsdien zoveel andere catastrofes gezien; waarom is er nog steeds een Kristallnachtherdenking nodig?

Er zijn twee elkaar aanvullende antwoorden. Het eerste antwoord is dat de Kristallnacht glashelder aantoont hoe snel en hoe volledig een misdadige politieke filosofie een gehele natie in zijn greep kan krijgen.  En in het verlengde daarvan: hoe vanzelfsprekend herhaald verbaal geweld op den duur over gaat in fysiek geweld. Altijd. Deze dubbele les moeten wij, Nederlanders en Europeanen, ons ter harte nemen, evenzeer als Israeli’s en Amerikanen, elke dag weer, opdat het ons niet nog eens overkomt.

Het tweede antwoord waarom wij moeten blijven herdenken ligt in het feit dat het specifieke waansysteem dat aan de basis lag van de vernietigingsoorlog tegen de Joden nog steeds bestaat en weer meer en meer volgelingen krijgt: dit waansysteem, de Jodenhaat, is diep verankerd in het Europese onderbewustzijn. In mijn jeugd, de jeugd van de babyboom generatie, in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog, leek het oude antisemitisme getemd. Bij velen die zelf vreselijke dingen hadden meegemaakt heerste er een voorzichtig optimisme maar ik herinner me de woorden van een oude oom dat iets dat 2000 jaar in dit werelddeel had geheerst niet zomaar zou verdwijnen. En inderdaad is de veelkoppige draak van het antisemitisme weer geheel terug in onze westerse realiteit. Jodenhaat kent vele vormen: De klassieke, christelijk- geïnspireerde beschuldiging van godsmoord, de aantijgingen van uitbuiting en zelfverrijking, de verdenking van zucht naar wereldheerschappij en de betichting van onze raciale minderwaardigheid. Kwaadaardige drakenkoppen die nog steeds allemaal naast elkaar bestaan.

En er zijn níeuwe vormen van Jodenhaat: In de eerste plaats het antizionisme. Velen aarzelen: men mag toch wel kritiek hebben op  de regering van Israël? Jazeker mag dat; kritiek is de kunstmest van de democratie. Kritiek op de Nederlandse politiek bijvoorbeeld is dagelijkse kost. Maar nog nooit heb ik iemand de conclusie horen trekken dat daarom de staat der Nederlanden maar moet verdwijnen. Het antizionisme daarentegen ijvert er wel degelijk voor om het Joodse volk zijn eigen staat te ontnemen, een staat die letterlijk van levensbelang is voor het voortbestaan van het Joodse volk. Het antizionisme is niet meer dan een doorzichtige list, om door een andere naam aan te nemen te ontkomen aan de beschuldiging van discriminatie en antisemitisme. Maar het is gewoon onversneden, eenduidige Jodenhaat.

Relatief nieuw in onze streken is de Islamistische Jodenhaat. Velen in de Joodse gemeenschap zijn intensief betrokken bij de dialoog met Islamitische medeburgers en we ontmoeten daarin waardevolle en goedwillende gesprekspartners. Partners om een maatschappij van etnische en religieuze gelijkwaardigheid en onderling respect mee op te bouwen. Juist daardoor valt het ons soms moeilijk om de realiteit van de Islamistische Jodenhaat te berde te brengen.

Wie echter een blik slaat op het massale en kwaadaardige antisemitisme in de Arabische pers dat gericht is tegen al Yahud, de Joden, ziet een haat die niet onderdoet voor wat de media in het Derde Rijk vertoonden en waaraan alle redelijkheid ondergeschikt gemaakt wordt. Getuige het absurde besluit van UNESCO om de resten van onze tweede tempel  niet langer als Joods te bestempelen. Net als met de holocaustontkenning  worden hier pogingen gedaan om het Joodse volk te beroven van zijn geschiedenis. Via satellieten, social media en extremistische predikers sijpelt het gif, veelal onopgemerkt door de westerse media, door naar West-Europa waar het een vruchtbare bodem vindt onder jongeren van Noord-Afrikaanse en Midden-Oosterse origine. In het kielzog van die stroom van Jodenhaat laaien ook homo- en vrouwenhaat op, en een intense weerzin tegen onze westerse cultuur. Wij in het westen hebben daar nog steeds geen tegengif tegen gevonden. Integendeel, tot in de hoogste bestuursregionen laten wij het vaak maar gebeuren, deels uit onmacht, deels uit onverschilligheid, deels uit cultuurrelativisme.

Het duidelijkst is dat in het onderwijs waar bij veel leraren handelingsverlegenheid bestaat. Dat houdt in dat de leraar maar liever niet begint over de Holocaust en aanverwante onderwerpen doordat een deel van de leerlingen daar absoluut niets over wil horen. Een Joods meisje dat bij haar rector kwam klagen over hevige pesterijen kreeg alleen het advies voortaan haar kettinkje met de Davidsster maar niet meer te dragen. Uitingen van Jodenhaat worden op veel scholen genegeerd en met de mantel der liefde bedekt, uit angst om een veel grotere groep leerlingen tegen de haren in te strijken.

De overheid doet veel voor de Joodse gemeenschap op het gebied van veiligheid en bescherming. Wij worden op dat gebied werkelijk gehoord door onze nationale bestuurders. Maar op het gebied van onderwijs, educatie en informatie faalt de overheid. In Nederland en in de EU.

Laten onze bestuurders niet vergeten dat antisemitisme nooit alleen komt maar altijd in zijn kielzog andere vormen van discriminatie en racisme meeneemt. Wat wij nodig hebben, broodnodig, is nationaal en supranationaal een wérkelijke bewustwording van dit probleem, in al zijn complexiteit. Een werkelijke bewustwording die niet alleen maar politiek correct met de mond wordt beleden, terwijl in werkelijkheid effectieve actie uitblijft. Nodig is ontwikkeling van een doortimmerde strategie om dit eeuwenoude monster te lijf te gaan. De EU, en Nederland in de EU kunnen daarin een grote en beslissende rol spelen. U en ik  blijven herdenken, totdat de draak is verslagen, tot ál zijn koppen tandeloos zijn gemaakt.

Adon– oz leamo jiten, adon– jewarech et amo beshalom

Moge God ons kracht geven en moge God ons zegenen met vrede.

Ik dank u voor uw aandacht.

Reactie CJO op misbruik Uilenburger sjoel voor de alternatieve kristallnachtherdenking

Het Centraal Joods Overleg heeft met afkeer kennis genomen van de alternatieve Kristallnachtherdenking die op 9 november gepland staat in de Uilenburgersjoel.

Het CJO organiseert al jaren de officiële Kristallnachtherdenking om de verschrikkingen te herdenken die op 9 november 1938 in Nazi-Duitsland plaatsvonden. Hierbij werden 92 Joden vermoord, 267 synagogen in brand gestoken en circa 7500 winkels verwoest. Deze explosie van antisemitisch geweld vormde de inleiding op de volledige uitsluiting, vervolging en tenslotte  vernietiging van miljoenen Europese Joden.

Waar bij de herdenking van het CJO deze weerzinwekkende opmaat naar de Holocaust centraal staat, lijkt de alternatieve herdenking eerder een gelegenheid voor het uiten van antizionistische en antisemitische sentimenten.

Ter illustratie trok vorig jaar Haneen Zoabi, nota bene een Israëlisch parlementslid, van leer tegen de staat Israël en vergeleek de situatie in Israël met die van nazi-Duitsland. Uitingen die volgens de werkdefinitie van de Europese Unie onmiskenbaar als antisemitisch bestempeld dienen te worden.

Dat dergelijke beschuldigingen nota bene geuit worden bij een Kristallnachtherdenking maakt dit nog stuitender.

De Uilenburgersjoel was ooit de gebedsplaats van een deel van de bewoners van de Jodenbuurt. Na de Tweede Wereldoorlog werd pas in 1995 het gebouw weer in gebruik genomen, onder meer als sjoel. Het is tekenend voor de Platform-organisatie dat zij deze locatie kiest en zelfs niet schroomt om met juridische stappen de wens van de Uilenburgersjoel  te dwarsbomen om de herdenking elders plaats te laten vinden. Dat er op geen enkele manier rekening wordt gehouden met  de Joodse gevoeligheden ten aanzien van een antizionistische en anti-Joodse manifestatie op deze historisch beladen plaats, kenmerkt het karakter van deze alternatieve Kristallnachtherdenkers. Dat juist voor deze plek is gekozen kunnen wij dan ook niet anders zien dan betreurenswaardig, stuitend en provocatief.

Reactie op anti-homopamflet

Centraal Joods Overleg neemt met kracht afstand van  anti-homopamflet

 

Het Centraal Joods Overleg (CJO) heeft met verontwaardiging kennis genomen van het discriminerende pamflet met anti-homoteksten dat het afgelopen weekend in Amsterdam verspreid is.

Als vertegenwoordiger van de Joodse Gemeenschap in Nederland nemen we met kracht afstand van de teksten in dit pamflet. Wij willen  benadrukken dat dit pamflet op geen enkele wijze de houding van de Joodse gemeente weergeeft. Bovendien  staat het vol met stuitende onwaarheden.  De Joodse gemeeneschap in Nederland wenst op geen enkele wijze noch met dit pamflet noch met de opstellers ervan geassocieerd te worden.

Namens het Centraal Joods Overleg

Ron van der Wieken, voorzitter

Jaap Fransman, vicevoorzitter

 

Algemeen
De bij het Centraal Joods Overleg aangesloten organisaties zijn: Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK);Portugees-Israëlitisch Kerkgenootschap (PIK);Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom; Federatie Nederlandse Zionisten (FNZ); Stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW); Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI);Nederlands Joodse Jeugd (NJJ) en Stichting Bij Leven en Welzijn (BLEW).