Vandaag hield Hans Weijel, vicevoorzitter van het Centraal Joods Overleg, een toespraak bij de Jom Hasjoa-herdenking bij het Joods monument in Amstelveen.
Dames en heren,
81 jaar geleden werden we bevrijd. 81 jaar geleden was de Jodenvervolging in Europa officieel voorbij. 81 jaar geleden konden wij Joden beginnen met rouwen, onze enorme wonden likken, ons afvragen wat een gigantische ramp over ons was heen gekomen. Konden wij ons oprichten en aan een nieuw leven beginnen. En dat deden we.
Wie had gedacht dat wij 81 jaar later ons opnieuw omringd zouden zien door antisemitisme. Dat we onze identiteit niet dit keer verplicht moesten tónen maar moesten verstoppen. Het letterlijk onderduiken moesten we vervangen door het moderne onderduiken. Maar moesten we dat? Worden we verplicht onze mezoeza van de deurpost te halen, onze keppel onder een pet te verbergen? Nee natuurlijk niet. Dat hoéven we helemaal niet te doen. Let wel: ik ontzeg niemand het recht bang te zijn, en het is nogal makkelijk om hier in Amstelveen of in Buitenveldert te melden dat je als Jood je identiteit niet moet verbergen. Dat is anders dan als je in bijvoorbeeld Amsterdam West woont. Maar er is een verschil. 81 jaar geleden vervolgde de overheid ons. Nu beschermt ze ons, fysiek. Met de Koninklijke Marechaussee voor de deuren van scholen, van synagogen en door ons eigen Bij Leven en Welzijn bij feesten waar we ons Joodse leven willen vieren. Dat is 1 verschil.
Ik zei ‘fysiek’. Er is namelijk nog iets wat een verschil zou maken. We vragen al heel lang aan de overheid, aan politici, burgemeesters, wethouders, aan bestuurders in het onderwijs, om het ook op een andere manier te doen. Zich uit te spreken tegen het antisemitisme én ernaar te handelen. Zeker, er zijn moties aangenomen in de Tweede Kamer, er zijn verklaringen van afschuw uit gegaan na het zoveelste antisemitische incident, we horen van besturen op universiteiten en hogescholen dat Joden altijd terecht kunnen bij een door hen ingestelde ‘diverstity officer’, dat Joodse ouders op scholen terecht kunnen bij de leiding om er over te praten. Maar dat is niet wat ik bedoel. Ik vind dat er niet naar wordt gehándeld. Hoe zou dat dan wel kunnen?
Bijvoorbeeld een rector die opstaat en zegt dat hij geen antisemitisme duldt op zijn school. Dat kinderen die Joden uitschelden na een stevig gesprek in het bijzijn van de ouders bij een tweede keer worden geschorst. Dat niet wordt getolereerd dat dit komt door Israel. Dat het hier Nederland is, dat Joodse kinderen noch hun ouders verantwoordelijk zijn voor wat in het Midden Oosten gebeurt. Een universiteitsbestuur dat bepaalt dat er 1 demonstratie per week op het universiteitsterrein mag worden gehouden, dat er geen tenten mogen worden opgezet, dat gecontroleerd wordt of zich onbevoegden op het terrein begeven. Met andere woorden dat er gehandhaafd wordt. Want vrijheid van de een mag nooit ten koste gaan van het veiligheidsgevoel van de ander. Burgemeesters die na afloop van demonstraties zeggen dat de kreet ‘Dood aan de Joden’ natuurlijk niet kan (vaak in het Arabisch gescandeerd) maar de politie grijpt niet in. Immers de tolk Arabisch heeft het niet gehoord. Maakt u zich geen zorgen, er zijn inmiddels gehoorapparaten verstuurd. Het OM dat vaak zegt bang te zijn om te verliezen bij de rechter en daarom niet gaat vervolgen. Ik zou zeggen: vervolg, verlies eventueel en laat de politiek dan kijken of er een wetswijziging moet komen. Zodat je de volgende keer wél wint.
Een zeer recent voorbeeld. Een uitgesproken buitenlandse antisemiet wil optreden in de Gelredome. Hij kan niet worden verboden naar Nederland te komen zegt de minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie. Immers, er is geen gevaar is voor verstoring van de Openbare Orde.
Moeten we dan dreigen dat we die wel even gaan verstoren? Is dat wat deze regering die zegt zo tegen antisemitisme is, wil? Kom op zeg zorg dan dat er een wetswijziging komt. Dát is handelen. Zoals Engeland en Australië dat wel doen: weigeren omdat we geen antisemitisme dulden. Als autoriteit je niet alleen uitspreken, maar er naar handelen, normen en waarden zetten.
Wat mij betreft is het optreden van de nieuwe minister-president Rob Jetten hoopgevend. Maar laat dit worden overgenomen door anderen. Als je zegt dat de Joden hier horen, zoals de koning deed, zorg dan als bestuurders dat er wordt opgetreden tegen het uitsluiten van bijvoorbeeld Israeli’s in theaters puur op basis van hun nationaliteit. Te gek voor woorden. Immers er zijn ook Israeli’s tégen het optreden van de regering Netanyahoe. Schaar je als wethouder van Amsterdam niet achter: ‘we mogen niet ingrijpen in de artistieke vrijheid van een theater’. Nee, gelukkig niet, maar het van te voren weren van artiesten is niet het ingrijpen in artistieke vrijheid. Dat is pure discriminatie op basis van het paspoort. Je wéét immers helemaal niet wat die artiest in dat theater zou gaan doen of zeggen! Pure discriminatie dus en dat is verboden.
Maar wij Joden kunnen er óók wat aan doen. We laten ons niet in een hoek zetten, we vieren ons Jodendom, we vieren het leven hier in Nederland. We laten ons zien. We tonen wat Jodendom is, we tonen hoe wij als Joden onze bijdrage leverden én leveren aan de economie, de cultuur, het onderwijs, de wetenschap en alle andere facetten van het leven in Nederland. Zoals we dat eeuwen deden. Want we hebben veel moois in onze cultuur, we droegen eeuwen bij aan Nederland, op al die gebieden en hoewel we met minder zijn dan ooit, gaan we daarmee door.
We laten ons niet klein krijgen, beveiligd, bewaakt maar open. We zijn hier en we blijven hier. En we laten aan de rest van Nederland zien dat we er zijn, op een positieve manier en dat het de ánderen zijn die ons in een kwaad daglicht zetten, dat wij Nederlandse staatsburgers zijn die ervoor uitkomen wat het is om Jood te zijn. Hoeveel moois het Jodendom te bieden heeft.
Neem een voorbeeld aan Christenen voor Israël, een sterke organisatie. Na een aanslag een aantal weken geleden op hun gebouw in Nijkerk appte ik steun naar hen. Het antwoord dat ik kreeg was veel betekenend: ‘Dank, dank. Kleine hindernissen onderweg. Onze gebeden zijn bij het Joodse volk’. Als zíj zich niet uit het veld laten slaan, mogen wíj dat zeker niet doen. We hebben veel moois te bieden als Joodse Nederlanders, laten we dat vooral doen. Ik zou het willen noemen waakzaam maar positief. Op het leven!