Verweesd eigendom en veelgestelde vragen

door | mei 10, 2026 | Nieuws | 0 Reacties

Op woensdag 6 mei 2026 is de documentaire Verweesd eigendom van regisseur Piet de Blaauw en interviewer Frénk van der Linden uitgezonden bij Omroep Max. Hierin worden twee zaken gevolgd die niet leiden tot de uitkomst die de betrokken partijen hadden gehoopt. Dat roept bij hen begrijpelijkerwijs emoties op.

De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft om die reden een Q & A gemaakt om veelgestelde vragen naar aanleiding van de documentaire te beantwoorden.

Het Centraal Joods Overleg deelt deze Q&A van de Rijksdienst hieronder.


Wie kan een restitutieverzoek indienen voor een object dat zich in de NK-collectie bevindt?

De Nederlands Kunstbezit collectie (NK-collectie) is sinds de oorlog in beheer bij het rijk. Iedereen die erfgenaam is van de (vermeende) oorspronkelijke eigenaar van een object uit de collectie kan een verzoek indienen. De procedure is hier te vinden: Ik wil een verzoek indienen voor cultuurgoederen van de Staat

Waarom krijgen Denise en Renée Citroen de borden van hun grootvader niet terug?

De Restitutiecommissie heeft het verzoek van Denise en Renée Citroen onderzocht en vastgesteld dat zij geen erfgenamen (rechtsopvolgers krachtens erfrecht) van hun grootvader zijn. Om die reden komen zij niet in aanmerking voor restitutie.  Dit besluit van de Restitutiecommissie is uitgekomen op 23 april 2026.

Waarom krijgt de familie Van Son de schilderijen niet terug?

Omdat het schilderij uit de documentaire eigendom is van de gemeente Eindhoven, valt de zaak onder de vrijwillige restitutieprocedure. Binnen deze procedure moeten vanaf het begin alle betrokken partijen worden meegenomen, zodat geen mogelijke gerechtigden worden uitgesloten.

De familie Van Son heeft geen volledig inzicht gegeven in alle erfgenamen (rechtsopvolgers krachtens erfrecht) van Maurits van Son, van wie de zoon in de documentaire te zien is. Daarom kon de restitutieprocedure niet worden gestart.

Waar vind ik meer informatie over objecten in de NK-collectie?

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) beheert de website WOII collectie Nederland waar onder de noemer NK-collectie alle werken in beheer van het rijk te zien zijn.

Waar vind ik meer informatie over de roof van cultuurgoederen en het beleid van de Nederlandse overheid?

Op de website Herkomst Gezocht vindt u alle informatie over het huidige en eerdere onderzoek van de overheid, evenals het beleid en de procedures rondom restitutie.

Waar kan ik meer lezen over de samenstelling van de NK-collectie en de uitkomsten van het onderzoek van de afgelopen vier jaar?

De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in drie voortgangsrapportages. In de meest recente rapportage wordt op pagina 16 ingegaan op de samenstelling van de collectie en de uitkomsten van het onderzoek. Daar staat ook vermeld dat het onderzoek inmiddels heeft geleid tot 21 restitutieverzoeken; inmiddels zijn daar nog twee verzoeken bijgekomen.

Meer informatie vindt u in de publicatie Onderzoek naar de NK-collectie – voortgangsrapportage 3 en op het Dashboard Restituties WOII van de Erfgoedmonitor.

Welke inspanningen zijn er sinds 1998 door de overheid verricht m.b.t. onderzoek naar de NK-collectie?

Vanaf 1998 tot 2004 verrichtte het Bureau Herkomst Gezocht (BHG) in opdracht van de minister onderzoek naar de herkomstgeschiedenis van alle objecten toen nog in de NK-collectie. Tijdens en tot een aantal jaren na afronding van dit onderzoek werden actief erfgenamen benaderd zodat zij een restitutieverzoek konden indienen.

Sinds 2022 wordt er opnieuw intensief herkomstonderzoek gedaan naar alle objecten, nu nog in de NK-collectie. Het onderzoek wordt verricht door een team van onderzoekers van de RCE (onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, OCW) en bouwt voort op het werk dat Bureau Herkomst Gezocht eerder verrichtte. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van nieuw gedigitaliseerde archieven, nieuwe technieken om digitaal foto’s uit verschillende databases te vergelijken en er wordt intensief objectonderzoek verricht. Ook bij deze onderzoeken wordt actief gezocht naar erfgenamen, zodat zij een restitutieverzoek kunnen indienen. Deze herkomstonderzoeksresultaten 

De Nederlandse musea hebben onder leiding van de Museumvereniging in twee fasen onderzoek gedaan naar de herkomst van kunstwerken in hun collecties: Museale Verwervingen 1940-1948 en Museale Verwervingen vanaf 1933. Tijdens dit onderzoek, waaraan in totaal 163 musea deelnamen, is een inventarisatie gemaakt van 173 objecten waarvan wordt vermoed dat ze tussen 1933 en 1945 geroofd, geconfisqueerd of onder dwang verkocht zijn.

Meer informatie over de resultaten is te vinden op de pagina Museale Verwervingen op WO2 Collectie Nederland.

Hoeveel objecten uit de NK-collectie zijn teruggegeven aan voormalige eigenaren of hun erfgenamen?

Rond 1998 bestond de NK-collectie uit 3682 NK-nummers. Vaak bestaat een NK-nummer uit meerdere objecten, zoals een geheel servies of tafel en stoelen. Het totaal aantal restituties sindsdien bedraagt 495 NK-nummers. 

Welke juridische kaders hanteert de overheid in het restitutiebeleid en hoe verhouden die zich tot het idee van “rechtsherstel/rechtvaardigheid”?

Formeel-juridisch zijn Nederlandse restitutiezaken verjaard. Echter, in Nederland is rond 2000 beleid geformuleerd waardoor huidige bezitters op basis van vrijwilligheid kunnen overgaan tot restitutie op moreel-ethische gronden. Het doel van dit restitutiebeleid is een bijdrage leveren aan het herstel van het ongekende onrecht dat slachtoffers van het naziregime is aangedaan, door teruggave van geroofde cultuurgoederen aan (erfgenamen van) de oorspronkelijke eigenaren, voor zover dit niet in de jaren direct na de oorlog al definitief heeft plaatsgevonden. 

Het restitutiebeleid van Nederland is gebaseerd op de Washington Conference Principles on Nazi-Confiscated Art (een reeks internationaal overeengekomen richtlijnen voor de identificatie en teruggave van tijdens het naziregime onvrijwillig verloren cultuurgoederen) en verschillende aanbevelingen van adviescommissies. Om zaken te kunnen behandelen, zijn binnen het beleid kaders en procedures opgesteld. Deze zijn gericht op een fair and just solution, conform de Washington Principles. Van tijd tot tijd wordt het beleid geëvalueerd en waar nodig herzien. Zo is er sinds de meest recente aanpassing (2021) meer ruimte voor het horen van verzoekers.

Lees meer over de geschiedenis, totstandkoming en aanbevelingen van het restitutiebeleid op de pagina’s Geschiedenis Nederlands restitutiebeleid en Overzicht aanbevelingen restitutiebeleid.

De minister van OCW besluit over de restitutie van cultuurgoederen in rijksbezit, zoals de NK-collectie. Daarbij laat zij zich altijd adviseren door een onafhankelijke commissie, de Restitutiecommissie. Het beoordelingskader dat de Restitutiecommissie hanteert voor de advisering over restitutieverzoeken is gebaseerd op het restitutiebeleid en gaat, conform de Washington Principles, uit van teruggave aan “pre-war owners or their heirs”, dat wil zeggen teruggave aan de oorspronkelijke eigenaar of aan diens rechtsopvolgers krachtens erfrecht. Wie de erfgenamen/rechtsopvolgers krachtens erfrecht van een persoon zijn, wordt in Nederland bepaald door de wet.

Als een object eigendom is van bijvoorbeeld een gemeente of een museum, welke rol heeft de Restitutiecommissie dan?

In dat geval kunnen verzoekers samen met de huidige bezitter hun zaak voorleggen aan de Restitutiecommissie in een zogeheten Bindend Advies-procedure. Dit is een vrijwillige procedure: beide partijen moeten instemmen met de inschakeling van de commissie en spreken vooraf af dat zij de uitkomst (het advies van de Restitutiecommissie) als bindend zullen accepteren.

In deze procedure is het een vereiste dat alle gerechtigden tot het vermogen van de oorspronkelijke eigenaar van het teruggevraagde object in de procedure zijn vertegenwoordigd. Dat betekent dat alle erfgenamen bij de start van de procedure bekend en akkoord moeten zijn.

Daarnaast hebben een mogelijk rechthebbende en de huidige bezitter de mogelijkheid om zonder tussenkomst van de Restitutiecommissie tot een oplossing te komen. Zij kunnen in dat geval gezamenlijk een verzoek tot onderzoek indienen bij de RCE, zonder dat dit leidt tot een bindend advies. In deze procedure stelt het NIOD een feitenrapport op over de herkomst van het object. Op basis daarvan kunnen beide partijen samen onderzoeken of zij tot een voor hen beiden bevredigende oplossing kunnen komen.

Lees meer over beide procedures via de pagina Ik wil een verzoek indienen voor cultuurgoederen van anderen.