Terwijl de Joodse gemeenschap op 7 oktober achter hekken en beveiligers de slachtoffers van de grootste tegen Joden gerichte terreurdaad sinds de Sjoah herdacht, stonden op de Dam demonstranten voor het Nationaal Monument met spandoeken als "We support Hamas" en "Long live the 7th of October". Er werd een Israëlische vlag verbrand en de groep probeerde richting de Joodse buurt te lopen. Pas om kwart over acht werd de demonstratie ontbonden. Niet omdat een massamoord op Joden werd gevierd, maar omdat een aanwijzing van de politie werd genegeerd. In Utrecht zegt iemand uit de Joodse gemeenschap bij een sit-in op het Centraal Station te zijn geschopt en tot bloedens toe geslagen.
Het Centraal Joods Overleg (CJO) spreekt zijn diepe walging en afschuw uit. Maar afschuw is precies wat Nederland al drie jaar levert. Burgemeester Halsema noemde de steunbetuigingen aan Hamas "shockerend en onsmakelijk" en constateerde tegelijk dat het Openbaar Ministerie ze niet strafbaar achtte. We blijven achter in de kille wetenschap dat je in Nederland op 7 oktober voor het Nationaal Monument de moordenaars van Joden gewoon kunt toejuichen en dat de overheid haar schouders ophaalt.
Het CJO verwijt bestuurders, politici, OM en politie al jaren dat zij blijven steken in inertie en steeds holler klinkende verklaringen. Daarom eisen wij niet nog een verklaring, maar concrete actie. Dit moet er gebeuren:
1. Den Haag: maak de wet tegen terreurverheerlijking nog dit jaar af, en maak hem scherp.
In de huidige, ernstig afgezwakte vorm van het wetsvoorstel zou een steunbetuiging aan Hamas pas strafbaar zijn als kan worden bewezen dat de uiting anderen voor het terroristische oogmerk moest winnen. Die bewijslast maakt van de toekomstige wet een papieren tijger. Het CJO steunt daarom aanscherpingen, zoals de amendementen van Mona Keijzer die deze eis schrappen en het strafmaximum verhogen. Maak haast!
2. Openbaar Ministerie: leg uit waarom de gedane pro-Hamas-uitingen niet strafbaar zijn, of vervolg.
Het OM maakt in minutieus detail openbaar waarom de afschuwelijke uitingen niet onder de bestaande artikelen over opruiing, haatzaaien en groepsbelediging vallen. Schiet wetgeving tekort, dan weet de wetgever welk gat te dichten. Biedt de wet ruimte, dan moet het OM die gebruiken.
3. Burgemeesters: gebruik de bevoegdheden die u al heeft.
De Wet openbare manifestaties laat burgemeesters tijd, plaats en voorwaarden van een demonstratie bepalen. Een organisatie waarvan de demonstraties eerder ontaardden in terreurverheerlijking en intimidatie, hoeft op 7 oktober, op 4 mei of bij een Joodse herdenking geen podium te krijgen, laat staan voor een nationaal monument.
4. Politie: bescherm het slachtoffer, pak de daders.
Wie bij een demonstratie Joden of andere burgers bedreigt of aanvalt, wordt ter plekke aangehouden. Niet het slachtoffer wordt weggeleid, maar de dader. De korpsleiding legt dit vast in één landelijke instructie.
5. Kabinet: kom met een plan, niet met een reactie.
Het CJO wil op korte termijn met de minister van Justitie en Veiligheid om tafel over een concrete aanpak, met tijdpad en met namen van wie waarvoor verantwoordelijk is.
Het kan niet zo zijn dat Joden zich in Nederland achter hekken moeten verschuilen om hun doden te herdenken, terwijl steunbetuigingen aan hun moordenaars openlijk op straat worden geuit.
De Joodse gemeenschap is er klaar mee. Met de intimidatie, het wegkijken en de eindeloze verklaringen van afschuw die nooit tot daden leiden. Wij vragen geen loze woorden. Wij eisen nu maatregelen.