Toespraak CJO-voorzitter Chanan Hertzberger in het Nationaal Holocaustmuseum ter gelegenheid van de overhandiging van het adviesrapport ‘Verweesde Joodse roofkunst uit de NK-collectie’

door | apr 22, 2026 | Nieuws | 0 Reacties

Geachte minister Letschert, leden van de commissie, aanwezigen,

Vandaag wordt een rapport gepresenteerd dat er al veel eerder had moeten zijn. Niet omdat de commissie te laat was – zij heeft haar werk met grote toewijding en snelheid verricht – maar omdat de vraag die dit rapport beantwoordt, al tientallen jaren onbeantwoord was gebleven: wat doen wij met de gestolen Joodse eigendommen die de Nederlandse staat nog altijd in beheer heeft, en waarvan de rechtmatige eigenaren nooit zijn gevonden?

In 2024 heeft het CJO, in nauwe samenwerking met de toenmalige minister van OC&W, Eppo Bruins, de commissie verweesde Joodse roofkunst ingesteld.

De opdracht was helder: breng advies uit over de toekomst van die objecten uit de NK-collectie die als verweesde Joodse roofkunst worden aangemerkt – en geef antwoord op de vraag welke partij het beheer van die collectie het beste kan voeren.

Maar dit rapport is veel meer dan een antwoord op een beheervraag.

In 2021 heeft de toenmalige minister Ingrid van Engelshoven een principiële beslissing genomen dat de Joodse gemeenschap op morele gronden aanspraak heeft op deze objecten.

En dat, zodra het restitutiebeleid is afgerond, het eigendom wordt overgedragen aan de Joodse gemeenschap – vertegenwoordigd door het CJO.

Dat was een moedige beslissing. En het is aan ons – aan u als minister, aan het CJO, aan de museale sector en aan de samenleving als geheel – om die belofte waar te maken.

Lodewijk, jij zei bij de aanvaarding van je voorzitterschap: “ik doe het, het is voor mij een erezaak.” Die woorden hebben mij gedurende het hele traject vergezeld.

En nu ik dit rapport lees, begrijp ik wat je bedoelde. Dit is geen bureaucratisch werk geweest. Dit is werk vanuit het hart.

Ik dank jou en je collega-commissieleden – Hetty Berg, Simone Kukenheim, Sunny Léons, Henny Troostwijk en Judith Zilversmit – van harte. Evenals de onderzoekers, de secretarissen, en iedereen bij OCW en de RCE die dit mede mogelijk heeft gemaakt.

De aanbevelingen van de commissie gelden ook voor voorwerpen die in andere publieke en private collecties liggen. Voor elk museum, elke instelling die kunstwerken bezitten uit de bezettingsperiode geldt de morele en juridische plicht om herkomstonderzoek te verrichten.

Ik richt mij vandaag ook uitdrukkelijk tot de museale sector – én tot de veilinghuizen. Want roofkunst is niet alleen in musea terechtgekomen. Kunsthandel en veilinghuizen hebben tijdens en na de oorlog een rol gespeeld in het verspreiden van gestolen eigendommen.

De verweesde objecten – schilderijen, tapijten, servies, lepels – zijn de enige tastbare getuigen van mensen van wie de naam verloren is gegaan. Zolang ze in een depot liggen, zwijgen ze. Dat kan niet langer meer.

Wij onderschrijven van harte de aanbeveling van de commissie om een onafhankelijke stichting op te richten die deze collectie actief gaat inzetten voor educatie – op scholen, in musea, via podcasts, documentaires, tentoonstellingen.

Jongeren moeten weten wat er is gebeurd.  Niet als abstracte geschiedenis, maar aan de hand van concrete, tastbare objecten die ooit van gewone mensen waren. In een tijd van oplevend antisemitisme is dit geen luxe. Het is een noodzaak.

Minister Letschert, Nederland is, voor zover bekend, het eerste land dat zo expliciet en principieel een bestemming geeft aan verweesde Joodse roofkunst. Dat is geen reden voor zelfgenoegzaamheid – het is een verantwoordelijkheid om uit te dragen.

Vanaf 1 juli 2029 bekleedt Nederland het EU-voorzitterschap. Het jaar daarvoor bepalen wij de agenda. Ik vraag u vandaag met klem: zet Restitutie van Roofkunst op die agenda.

In het Nationaal Archief – in een dossier van de Stichting Nederlandsch Kunstbezit – liggen lijsten van Nederlandse schilderijen die tijdens de bezetting via Danzig zijn verhandeld, en in Polen zijn gebleven.  Hieronder werken van Rembrandt, Jan Steen en Breughel.

Geroofd in Nederland, verdwenen richting Polen – en ook die zijn nooit teruggekomen. Want Polen heeft na de oorlog bijna geen restitutieproces doorgevoerd. Niet voor Pools-Joods eigendom, niet voor Nederlands-Joods eigendom dat op Pools grondgebied belandde.

Polen is niet het enige voorbeeld. Gebruik het voorzitterschap om EU-lidstaten die geen of onvoldoende restitutie hebben gedaan, daar nu eindelijk toe te bewegen.

Tot slot

Een strooilepel. Een bord. Een karpet, Een schilderij. Elk object stond ooit ergens in een huis. Behoorde toe aan iemand met een naam, een leven, een toekomst die werd afgenomen.

De eigenaren zijn niet teruggekomen, erfgenamen zijn niet bekend. Wij kunnen dit onrecht niet ongedaan maken. Maar wij kunnen ervoor zorgen dat deze objecten nooit meer worden weggezet als staatseigendom. Dat ze worden erkend voor wat ze zijn: getuigen van uitgewiste levens nu in handen van de gemeenschap waaruit ze kwamen. Dat is de belofte van dit rapport.

En dat is de verantwoordelijkheid die wij als gemeenschap op ons nemen – om deze objecten een stem te geven voor de slachtoffers van de Shoa, en hun nagedachtenis levend te houden.

Dank u.

Chanan Hertzberger