Rechter wijst verzoek CJO inzake Kanye West af

door | jun 3, 2026 | Nieuws | 0 Reacties

De rechtbank Amsterdam heeft het verzoek van het Centraal Joods Overleg (CJO) en voorzitter Chanan Hertzberger afgewezen. Ye, geboren Kanye West, is reeds in Nederland en de twee concerten op 6 en 8 juni in GelreDome gaan door. Het CJO is diep teleurgesteld.

“Wij respecteren het oordeel van de rechter”, zegt Hertzberger. “Maar laat niemand denken dat hiermee de hoofdvraag is beantwoord. De enige vraag die deze week is beantwoord, is of de gemeenschap die zich het meest bedreigd voelt, óók nog de juridische bewijslast moet dragen voor haar eigen veiligheid. Het antwoord bleek ja en dat stelt ons teleur en het verontrust ons diep.”

Het CJO wijst erop dat Nederland nu alleen staat en dat andere landen wel de morele moed hadden die in Nederland ontbrak. Vier landen kwamen, gebonden aan dezelfde Europese kaders, tot een andere uitkomst. Het Verenigd Koninkrijk weigerde Ye de toegang. Ook in Frankrijk, Polen en Zwitserland gingen optredens niet door. In Italië verbood de prefect van Reggio Emilia de concerten van Ye enkele dagen geleden uitdrukkelijk op grond van openbare orde en veiligheid, na een verzoek van de plaatselijke Joodse gemeenschap, maar ook niet-Joodse organisaties. Telkens stond daar een bestuurder op en stond een samenleving op die de verantwoordelijkheid nam. In Nederland gebeurde dat niet, op geen enkel niveau.

“Dat is wat vandaag het zwaarst weegt”, aldus Hertzberger. “Niet dat een rechter ons ongelijk gaf. Maar dat het een rechter moest zijn. De mensen die de macht hadden om Ye te weren, de minister en de burgemeester, hebben die macht niet gebruikt. Zij vonden het ongemak van een juridische procedure zwaarder wegen dan de veiligheid van de mensen die zij geacht worden te beschermen. Dat is de werkelijke uitkomst van vandaag.”

Het CJO roept bestuurlijk Nederland op die houding fundamenteel te herzien. “Wij vragen niet om medelijden”, zegt Hertzberger. “Wij vragen om bestuurders, lokaal en landelijk, die begrijpen dat de veiligheid van een minderheid geen gunst is die je verleent als het toevallig uitkomt, maar een opdracht die hoort bij het ambt. Een minister of burgemeester die werkelijk naast ons staat, wacht niet tot wij een advocaat inschakelen. Die neemt zélf het risico, zoekt zélf de grens van zijn bevoegdheid op, en laat de rekening niet liggen bij de mensen die hij geacht wordt te beschermen. Dat is het verschil tussen een overheid die antisemitisme veroordeelt en een overheid die er iets tegen doet.”